Times of Suriname Logo
Times of Suriname Logo

Binnenland

Afgewezen begrotingsaanvraag zet aanpak mensenhandel onder druk

PARAMARIBO – Suriname wil de bestrijding van mensenhandel versterken, maar de financiële ondersteuning blijft achter. Het parlement heeft een afzonderlijke begrotingsaanvraag...

Times of Suriname

voor de anti-mensenhandelactiviteiten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid afgewezen. Tegelijkertijd ontbreekt het de gespecialiseerde politie-eenheid aan voldoende middelen om mensenhandel effectief in het hele land te onderzoeken. Daarmee staat de uitvoering van het nationale beleid onder druk. 

Dat blijkt uit het Amerikaanse 2026 Trafficking in Persons Report over Suriname. Hoewel het land opnieuw de hoogste beoordeling, Tier 1, heeft gekregen, signaleert het rapport dat de preventie van mensenhandel structurele beperkingen kent. De overheid heeft een interdepartementale werkgroep in stand gehouden en het nationale actieplan voor 2025-2026 bijgewerkt, maar de beschikbare middelen en de uitvoering van maatregelen blijven belangrijke aandachtspunten.  

De afgewezen begrotingsaanvraag werd in de vorige verslagperiode ingediend. Het rapport vermeldt niet welk bedrag ermee gemoeid was of welke specifieke activiteiten door de afwijzing niet konden worden uitgevoerd. Wel maakt het duidelijk dat de gespecialiseerde mensenhandelunit onvoldoende financiële middelen en andere voorzieningen heeft om onderzoeken in alle delen van Suriname effectief uit te voeren. Die beperking is vooral relevant voor het binnenland, waar de overheid slechts beperkt aanwezig is en bewoners en werknemers kwetsbaar zijn voor uitbuiting. De autoriteiten hebben geprobeerd samen te werken met lokale leiders om de bewustwording over mensenhandel in deze gebieden te vergroten. Van een structurele aanpak om de omvang en aard van het probleem daar te volgen, was volgens het rapport echter geen sprake. Ook op het gebied van voorlichting is de overheid actief. Samen met een lokale niet-gouvernementele organisatie zijn bewustwordingsmaterialen in verschillende lokale talen ontwikkeld. Daarnaast beschikt Suriname over een meldlijn waar mogelijke slachtoffers terechtkunnen. Het nationale actieplan moet richting geven aan de samenwerking tussen betrokken overheidsinstanties. Toch blijft de vraag in hoeverre deze initiatieven voldoende zijn om mensenhandel tijdig te herkennen en te voorkomen. Voorlichting alleen biedt weinig zekerheid wanneer toezicht, onderzoek en handhaving onvoldoende capaciteit hebben. Het rapport vermeldt bovendien dat de regering geen inspanningen heeft geleverd om de vraag naar commerciële seksuele diensten terug te dringen. Een ander aandachtspunt betreft mogelijke misstanden op de arbeidsmarkt. De Surinaamse arbeidswetgeving verbiedt werkgevers, wervingsbureaus en arbeidsbemiddelaars om werknemers wervingskosten in rekening te brengen, reisdocumenten af te nemen, contracten zonder toestemming te wijzigen of lonen achter te houden om werknemers tot gedwongen arbeid te brengen. Het rapport vermeldt echter niet dat werkgevers of uitzendbureaus tijdens de verslagperiode civiel- of strafrechtelijk aansprakelijk zijn gesteld voor dergelijke praktijken. Daar staat tegenover dat buitenlandse werknemers volgens de regels doorgaans van werkgever kunnen veranderen zonder voorafgaande melding of bijzondere toestemming. Dat kan hun mogelijkheden vergroten om een misbruiksituatie te verlaten. De regering heeft daarnaast toegezegd de personeelsbezetting van de gespecialiseerde mensenhandelunit te verhogen. Die toezegging volgde op een structurele dialoog op ministerieel niveau tussen politie en het Openbaar Ministerie. Het rapport maakt niet duidelijk wanneer de uitbreiding wordt gerealiseerd of hoeveel extra functionarissen worden ingezet. Suriname voldoet volgens de Amerikaanse beoordeling aan de minimumnormen voor de bestrijding van mensenhandel. Maar de afgewezen begrotingsaanvraag, de beperkte opsporingscapaciteit en het ontbreken van structurele monitoring tonen aan dat internationale erkenning niet automatisch betekent dat alle onderdelen van de aanpak voldoende zijn gefinancierd en uitgevoerd.