PARAMARIBO- De positie van Surinaamse studenten op Cuba staat onder druk door instabiliteit op het eiland, dreiging van een Amerikaanse invasie, oplopende kosten,...

achterstallige betalingen en onzekerheid over studievervolg. Tijdens een overleg dinsdagmiddag tussen vertegenwoordigers van het Ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (OWC) en Buitenlandse Zaken, Internationale Handel &Samenwerking (BIS) en met de studenten ter plaatse, is een gemengd beeld naar voren gekomen: een kleine groep overweegt terugkeer, terwijl de meerderheid voorlopig op Cuba wil blijven.
Volgens onderwijsminister Dirk Currie gaat het om circa 22 studenten in verschillende studiefasen. “Op dit moment zijn er vijf studenten die terug willen. Gisteren waren het er nog zes. De anderen hebben ervoor gekozen om daar te blijven”, aldus de bewindsman. De studenten geven aan eerder behoefte te hebben aan praktische en financiële ondersteuning dan directe repatriëring.
Om in de meest urgente noden te voorzien, werkt de regering aan het verzenden van hulpgoederen. In overleg met de aankomende ambassadeur op Cuba is een lijst opgesteld met benodigde middelen. Er wordt gemikt op een eerste transport via een vlucht die vrijdag beschikbaar is. De overheid onderzoekt momenteel waar de goederen centraal kunnen worden ingezameld en verpakt, waarbij ook het bedrijfsleven wordt betrokken. Naast materiële steun speelt de financiële achterstand een grote rol.
Buitenlandminister Melvin Bouva bevestigt dat betalingsachterstanden inmiddels onder de aandacht zijn gebracht van het Ministerie van Financiën en Planning. “Wij hebben de reçu’s gedeeld en gevraagd om die zo snel mogelijk te betalen. Ik verwacht dat studenten uiterlijk komende week een financiële injectie krijgen”, stelt hij. Tegelijkertijd erkent hij dat structurele vertragingen in overmakingen een terugkerend probleem vormen, dat de regering wil aanpakken.
Voor studenten die een terugkeer overwegen, vormt vooral de continuïteit van hun studie een belangrijk vraagstuk. Er is reeds contact gelegd met lokale onderwijsinstellingen in Suriname, om opvangmogelijkheden te verkennen. De situatie is echter complex, omdat studenten zich in verschillende studiejaren bevinden en sommige opleidingen, zoals tandheelkunde, niet in Suriname worden aangeboden. Een deel van de studenten bevindt zich bovendien buiten officiële staatsprogramma’s. Desondanks stelt minister Currie dat ondersteuning niet wordt beperkt tot formeel uitgezonden studenten. “Ze zijn allemaal Surinamers, dus we zijn met allemaal in overleg”, zegt hij.
De terugkeer naar Suriname zal volledig op vrijwillige basis gebeuren. Ook minister Bouva bevestigt dat uit het overleg is gebleken dat er geen brede roep is om repatriëring, maar vooral om betere ondersteuning op Cuba zelf. “De mensen willen ondersteuning, en wij gaan die geven, waar mogelijk en nodig.”