Napoli verkeert in een sportieve crisis, maar trainer Antonio Conte maakte de geesten rijp voor meer: de storm is nog lang niet voorbij.

Napoli ploetert en staat inmiddels negen punten achter op koploper Internazionale. Conte hoopt dat het snel beter gaat, maar vermoedt het ergste. Napoli reisde naar Turijn zonder tien basisspelers, onder wie Kevin De Bruyne, David Neres, Amir Rrahmani, Billy Gilmour, Matteo Politano, Frank Anguissa en Vanja Milinkovic-Savic. En ook dát speelt volgens Conte een grote rol.
“Zelfs jongens die eigenlijk terug zouden komen, hebben hun terugkeer moeten uitstellen. Het is moeilijk. Wat ik de jongens vertelde is dat niemand van de boot stapt. De boot zit midden op zee in een storm, maar niemand stapt uit. We moeten dit moment, dat al een tijdje duurt, samen leren managen. De storm is niet voorbij, en zal dat voorlopig ook niet zijn. Dus moeten we ons allemaal voorbereiden en vooral het vertrouwen niet verliezen, het geloof niet verliezen, het enthousiasme niet verliezen. Want juist dát heeft ons tot nu toe onderscheiden. Tot nu toe zijn er buitengewone dingen gepresteerd, terwijl we met zeer ernstige situaties moesten omgaan.”
De timing van de crisis is beroerd: woensdag speelt Napoli de laatste wedstrijd in de competitiefase van de Champions League tegen Chelsea. Conte weet hoe hij die dagen richting het duel wil invullen. 'Door de spelers rust te geven, door ze te helpen herstellen, door de wedstrijd deels via video voor te bereiden, en tegelijkertijd moet je ook aan de psychologische kant werken. Laten we niet vergeten dat onze laatste nederlaag vóór vandaag tegen Udinese was. We hebben zelfs de Supercoppa gewonnen in een noodsituatie, ook al is het nu erger geworden.'
'Het eindigt morgen (dinsdag, red.) niet en overmorgen ook niet. We moeten goed zijn: verenigd, compact, één visie. We hebben positieve energie nodig, vooral van buitenaf.' (VI)