CUBA - Cuba verkeert in een diepe economische en humanitaire crisis, veroorzaakt door de versterkte Amerikaanse blokkade onder president Donald Trump. Na het stoppen van Venezuela’s olieleveringen — als gevolg van de Amerikaanse invasie in januari is Cuba’s energievoorziening kritiek aangetast.

Mexico, de grootste vervangende leverancier, boog voor Amerikaanse druk. Deskundigen spreken van de ernstigste bedreiging voor het regime sinds de revolutie van 1959.
Historisch gezien is Cuba sterk afhankelijk geweest van buitenlandse beschermheren: eerst de Sovjet-Unie (tot 1991), daarna Venezuela en Rusland. De ‘Speciale Periode’ in de jaren ’90 met een economische krimp van 35%, 90% minder olie-import en extreme tekorten toont hoe kwetsbaar het eiland is zonder steun. Venezuela’s eigen crisis en Ruslands oorlogsbelasting in Oekraïne hebben die steun nu vrijwel opgeheven.
China is nu Cuba’s belangrijkste handelspartner en geldschieter, met een lening van 70 miljoen euro en beloften van voedselhulp. Maar Chinese officiële formuleringen zoals “binnen onze capaciteit” suggereren beperkte bereidheid tot diepgaande inzet. China gebruikt de Cubaanse kwestie vooral als diplomatiek middel tegen Amerikaans “imperialisme”, niet als strategische prioriteit.
De VS lijkt op een geleidelijke, niet-militaire omwenteling te mikken: openstelling van de Cubaanse economie voor Amerikaanse investeringen, en uiteindelijk een politieke overgang. Volgens ingewijden onderhandelt Washington met Raúl Guillermo Rodríguez Castro (‘Raúlito’), de kleinzoon en mogelijke opvolger van Raúl Castro, terwijl het president Miguel Díaz-Canel als obstakel ziet — ondanks dat veel experts hem juist zien als marionet van de Castro-clan. Een recente uitzondering — toestemming voor een Russische olietanker — wordt gezien als taktische manoeuvre, geen wijziging in beleid. De crisis dreigt levens te kosten: stroomstoringen, geneesmiddelentekorten en voedselgebrek bedreigen de tien miljoen Cubanen — en de toekomst van het revolutionaire regime. (Nu)