WILLEMSTAD – De regering van Curaçao wil uit de monetaire unie met Sint-Maarten. Zij onderzoekt de mogelijkheid om een eigen centrale bank op te richten.

Dat blijkt uit een brief van premier Gilmar Pisas aan de Staten, waarin het parlement wordt gevraagd zich uit te spreken over de toekomst van de monetaire samenwerking. Aanleiding is een langdurige bestuurlijke impasse binnen de Centrale Bank van Curaçao en Sint-Maarten (CBCS). Al geruime tijd lukt het beide landen niet om overeenstemming te bereiken over benoemingen in de Raad van Commissarissen. In meerdere gevallen moest de president van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie ingrijpen om benoemingen te forceren, wat volgens de regering afwijkt van de bedoeling van de onderlinge regeling en het functioneren van de bank belemmert. De spanningen zijn recent verder opgelopen tijdens een vergadering van aandeelhouders, waar Sint-Maarten eiste dat het voorzitterschap van de Raad van Commissarissen aan dat land wordt toegekend. Curaçao heeft die eis afgewezen en wijst op zijn grotere economische belang in de centrale bank, dat volgens de regering circa 80 procent bedraagt. Volgens de regering leidt de huidige governance-structuur tot een structurele onbalans. Sint-Maarten, dat een kleiner economisch aandeel heeft, kan volgens de regels evenveel commissarissen benoemen en heeft een doorslaggevende rol bij de benoeming van de voorzitter. Dat heeft in de praktijk geleid tot herhaaldelijke en langdurige impasses, die volgens Curaçao niet langer houdbaar zijn. Het parlement wordt gevraagd zich op korte termijn uit te spreken over de gewenste richting en de mogelijke organisatorische en financiële gevolgen. Pas daarna wil de regering formele gesprekken met Sint-Maarten starten over de toekomst van de samenwerking. De Staten hadden eerder al kritisch geoordeeld over de gezamenlijke centrale bank en die in een verklaring zelfs als een “onsuccesvol voorbeeld” van samenwerking binnen het Koninkrijk bestempeld. (Curaçao.nu)