PARAMARIBO - De voorbereiding van de wetswijziging die van belang is voor beslaglegging op goederen en geldmiddelen van de Staat, nadert een volgende fase.

De Commissie van Rapporteurs (CvR), belast met de voorbereiding van de wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, heeft op 13 oktober de eerder gehouden vergaderingen en de in dat kader gehoorde actoren geëvalueerd. Tijdens de vergadering passeerde de CvR de verschillende overlegmomenten en de inbreng van de geraadpleegde actoren de revue. Daarbij werd teruggeblikt op de bevindingen die gedurende het voorbereidingstraject naar voren zijn gebracht, als onderdeel van de verdere behandeling van de ontwerpwet.
Met de voorgestelde wetswijziging wordt beoogd beslag op geldmiddelen en andere goederen van de Staat die bestemd zijn voor de openbare dienst, op te heffen, zodat deze middelen weer direct beschikbaar zijn voor de uitvoering van overheidstaken en het overheidsbeleid. Daarnaast is de wetswijziging erop gericht duidelijkheid te scheppen over de goederen die niet vatbaar zijn voor beslag en een wettelijke regeling te treffen voor langdurig inactieve beslagen. Tijdens de vergadering werd tevens aangegeven dat het eindverslag zal worden uitgebracht, waarna de ontwerpwet in plenaire vergadering behandeld kan worden. Tijdens de vergadering waren de leden Rossellie Cotino (voorzitter), Mohamed Fatehmahomed, Cheryl Dijksteel, Bronto Somohardjo en Jennifer Vreedzaam aanwezig. De leden Ingrid Karta-Bink en Iona Edwards hebben de vergadering als toehoorder bijgewoond.