PARAMARIBO- Terwijl de Surinaamse bevolking gebukt gaat onder een torenhoge inflatie, een minimumloon van nauwelijks SRD 10.000 per maand en een uitzichtloze economische situatie,...

blijkt uit gelekte salarisgegevens dat de Procureur-Generaal (pg) een maandelijks nettosalaris van ruim SRD 1 miljoen ontvangt. De vraag die iedere Surinamer zich moet stellen is niet alleen of dit bedrag moreel te verantwoorden is, maar vooral: is dit wettelijk toegestaan? En zo nee, welke strafrechtelijke consequenties moeten hier dan aan worden verbonden?
Wat deze kwestie extra wrang maakt, is de wijze waarop hetzelfde Hof van Justitie in andere zaken heeft geoordeeld over bestemmingswijzigingen en het handelen van publieke functionarissen. Neem bijvoorbeeld de veelbesproken CBvS-zaak, waarin voormalige beleidsmakers werden vervolgd voor hun handelen tijdens de economische crisis.
In die zaak was er geen sprake van zelfverrijking of handelen ten eigen bate. Integendeel, het handelen van de verdachten was gericht op het vervullen van hun zorgtaak jegens de staat en het volk, in een poging een financiële ineenstorting te voorkomen . Het Openbaar Ministerie kon geen gift, dienst of zelfverrijking aantonen. Wat resteerde, was in essentie een bestemmingswijziging: het aanwenden van middelen voor een ander doel dan oorspronkelijk voorzien, ingegeven door de noodzaak om te handelen in het algemeen belang.
Het Hof oordeelde echter dat deze handelingen, hoewel niet gericht op eigen gewin, de wettelijke grenzen overschreden en kwalificeerde ze als strafbaar . De beleidsbeslissingen van de uitvoerende macht werden door de rechterlijke macht beoordeeld als ondoelmatig en niet noodzakelijk . De vraag die hieruit voortvloeit is onvermijdelijk: waarom wordt voor bestuurshandelen zonder eigen gewin een andere maatstaf gehanteerd dan voor het eigen handelen van de rechterlijke macht met evident eigen gewin?
De verdediging in de CBvS-zaak voerde terecht aan dat hier sprake was van "politieke vervolging" en dat het strafrecht werd gebruikt "als wapen tegen beleidskeuzes" . Critici wezen op de "rechtsongelijkheid in bestuurlijke beleidskeuzes" en constateerden dat vergelijkbare handelingen in andere gevallen niet tot strafvervolging leidden .
Machtsmisbruik: De Driehoeksverhouding Tussen Wie Rechtspreekt, Wie Vervolgt en Wie Profiteert
Hier openbaart zich de kern van het probleem: de rechterlijke macht en het Openbaar Ministerie zijn zowel deelnemer aan als toezichthouder op deze zelfverrijkingsconstructie. Terwijl zij bij anderen streng optreden tegen bestemmingswijzigingen die niet ten eigen bate waren, lijken zij voor hun eigen wel ten eigen bate zijnde constructies een opvallende blinde vlek te hebben.
In de begrotingsbehandeling van 2025 gaven president van het Hof van Justitie Iwan Rasoelbaks en pg Garcia Paragsingh zelf toelichting op hun financiële situatie en "personele en financiële uitdagingen". Zij hebben dus actief deelgenomen aan het proces dat heeft geleid tot deze salarissen. Hadden zij daarbij niet juist de bijzondere verantwoordelijkheid om te wijzen op de grondwettelijke scheefgroei en de erbarmelijke omstandigheden van het volk? Hadden zij, anders dan de bestuurders in de CBvS-zaak, niet juist hun zorgtaak jegens het volk centraal moeten stellen?
De Trias Politica: Wie Controleert de Controleurs?
De doctrine van de Trias Politica – de scheiding der machten – is in Suriname een wassen neus gebleken. Wanneer het de beleidsbeslissingen van de uitvoerende macht betreft, aarzelen rechters niet om deze ondoelmatig, onnodig of in strijd met het algemeen belang te verklaren. Maar zodra het gaat om hun eigen financiële positie, heerst er een opvallende terughoudendheid en zelfgenoegzaamheid.
De cijfers spreken boekdelen. Terwijl een gemiddelde werknemer in Suriname maandelijks rond de SRD 10.000 verdient, strijkt de pg een nettosalaris op van ruim 100 keer dat bedrag. Ter vergelijking: ministers verdienen SRD 161.000 en Assembleeleden SRD 144.000 – bedragen die in het salariskloof-debat al als "excessief" zijn bestempeld. De pg verdient echter meer dan zes keer zoveel als een minister.
De conclusie kan niet anders zijn dan dat hier sprake is van een structurele schending van wettelijke voorschriften, misbruik van positie en zelfverrijking onder slinkse constructies. De Staat – en daarmee het Surinaamse volk – is financieel benadeeld, terwijl een selecte groep publieke functionarissen zichzelf een dienst heeft bewezen die onder de Anti-Corruptiewet strafbaar is.
Het is dan ook meer dan wrang dat dezelfde rechters die bestuurders veroordelen voor bestemmingswijzigingen in het kader van hun zorgtaak – zonder eigen gewin – nu kennelijk geen probleem hebben met bestemmingswijzigingen die henzelf direct en persoonlijk bevoordelen. Hier wreekt zich de ultieme hypocrisie van een rechterlijke macht die met twee maten meet.
Assembleelid Poetini Atompai riep op tot "volledige transparantie over de bruto salarissen per functie en rang, de ingangsdata, de totale maandelijkse lasten voor de Staat en de cumulatieve financiële impact op de begroting". Die transparantie is nu, door het handelen van Eugène van der San, deels geleverd.
De auteur van dit artikel roept de Rekenkamer, het Openbaar Ministerie (in een andere samenstelling) en de Kiesgerechtigde Burger op om niet te rusten voordat hierover volledige opheldering is verschaft en, waar nodig, strafrechtelijke vervolging is ingesteld.