PARAMARIBO – Wanneer Angele Wallerlei-Kumbangsila binnenkort afscheid neemt als directeur van het EFS College COVAB,...

laat zij een instelling achter die nauwelijks nog te vergelijken is met de organisatie die zij in 2014 aantrof. Wat begon als een opdracht om ‘meer, beter en sneller’ verpleegkundigen op te leiden, groeide uit tot een ingrijpende hervorming van het verpleegkundig onderwijs in Suriname.
Na dertien jaar aan het roer te hebben gestaan, kiest Wallerlei-Kumbangsila voor een internationale carrière. Terugkijkend stelt zij dat de opdracht die zij meekreeg vanuit het Ministerie van Volksgezondheid veel groter bleek dan aanvankelijk werd verwacht. “Ik had eigenlijk de intentie om hier maar vijf jaar te blijven. De opdracht bleek veel omvangrijker dan ik had gedacht”, zegt zij.
De basis voor de veranderingen werd al gelegd, voordat zij officieel directeur werd. In 2013 werd zij gevraagd voorzitter van het bestuur van COVAB te worden. Kort daarna volgde het verzoek om ook het directeurschap op zich te nemen. Hoewel zij destijds als zelfstandig consultant werkzaam was in de gezondheidszorg en niet direct stond te springen voor de functie, besloot zij uiteindelijk deel te nemen aan een open sollicitatieprocedure.
Na haar benoeming werd al snel duidelijk dat het verpleegkundig onderwijs een fundamentele modernisering nodig had. Om die koers vast te stellen, organiseerde de COVAB onder haar leiding een nationaal onderwijscongres. Verpleegkundigen, zorginstellingen, beleidsmakers, inspecteurs en onderwijsdeskundigen werden samengebracht om gezamenlijk de toekomst van de sector vorm te geven. Uit dat overleg ontstond een nationaal onderwijsplan dat jarenlang als leidraad zou dienen voor de hervormingen.
De curricula werden aangepast aan internationale standaarden, terwijl de doorstroom tussen verschillende opleidingsniveaus werd verbeterd. Studenten kregen daardoor meer mogelijkheden om sneller door te groeien binnen het verpleegkundig onderwijs. Tegelijkertijd werd het opleidingsaanbod fors uitgebreid. Nieuwe specialistische opleidingen, waaronder kinderverpleegkunde en NICU-verpleegkunde, zagen het licht. Daarnaast werden ook opleidingen ontwikkeld voor andere functies binnen de gezondheidszorg, zoals health management.
Volgens Wallerlei-Kumbangsila was de vernieuwing noodzakelijk om het onderwijs beter te laten aansluiten op de veranderende zorgbehoeften in Suriname en de regio. De resultaten bleven niet uit. Waar de COVAB bij haar aantreden ongeveer driehonderd studenten telde, groeide dat aantal binnen enkele jaren naar meer dan twaalfhonderd. De verdere groei werd uiteindelijk niet afgeremd door een gebrek aan belangstelling, maar door het beperkte aantal beschikbare stageplaatsen binnen de zorgsector.
Jaarlijks verlaten tegenwoordig tussen de 250 en 300 gediplomeerde zorgprofessionals de school. Toch blijft er een belangrijk knelpunt bestaan. Veel verpleegkundigen vertrekken na hun opleiding naar het buitenland. Volgens de scheidend directeur vormt die braindrain nog altijd een van de grootste uitdagingen voor de gezondheidszorg. “Je kan opleiden en opleiden, maar als een groot deel vertrekt, ben je eigenlijk een beetje aan het dweilen met de kraan open.”
Ondanks die uitdaging is zij ervan overtuigd dat de oorspronkelijke opdracht is geslaagd. Onder haar leiding groeide de COVAB uit tot een moderne onderwijsinstelling die niet alleen meer verpleegkundigen opleidt, maar ook een belangrijke rol speelt in de verdere professionalisering van de Surinaamse gezondheidszorg.