PARAMARIBO – De discussie over de rechtmatigheid van de openbare vergadering van De Nationale Assemblée (DNA) van maandag 22 juni heeft...

geleid tot een formele verklaring waarin de leiding van het parlement alle twijfels over de geldigheid van de bijeenkomst, resoluut van de hand wijst. Volgens de verklaring van DNA-voorzitter Ashwin Adhin is de vergadering volledig rechtsgeldig geopend en voortgezet, ondanks bezwaren van enkele leden over het feit dat de voorzitter zijn naam niet onmiddellijk op de presentielijst had geplaatst. De controverse ontstond, nadat tijdens de vergadering vragen werden gesteld over de procedure rond de presentielijst en het quorum. Sommige assembléeleden stelden dat de vergadering opnieuw zou moeten worden gestart, omdat de voorzitter niet vanaf het begin had getekend. Die redenering wordt echter in de verklaring nadrukkelijk verworpen.
Volgens artikel 31 van het Reglement van Orde moet de griffier de presentielijst aan de voorzitter overhandigen, zodra minimaal 26 leden hebben getekend. Op dat moment is de voorzitter verplicht de vergadering onmiddellijk te openen. Aan deze voorwaarde was voldaan, waardoor de opening volgens de verklaring volledig conform de regels heeft plaatsgevonden.
De presentielijst wordt daarbij omschreven als een administratief instrument dat dient om het quorum vast te stellen en als basis voor het officiële verslag. De lijst vormt volgens de uitleg geen voorwaarde voor de bevoegdheid van de voorzitter om een vergadering te openen of te leiden. Het reglement bevat bovendien geen bepaling die voorschrijft dat de voorzitter eerst zelf moet tekenen, voordat de vergadering kan beginnen.
Tijdens de vergadering heeft de voorzitter alsnog zijn naam op de presentielijst geplaatst, gebruikmakend van de mogelijkheid die het reglement biedt aan leden die later binnenkomen. Daarmee is volgens de verklaring ook van een administratieve onvolkomenheid geen sprake.
De oproep van enkele leden om de vergadering opnieuw te starten, wordt door het parlement als juridisch onhoudbaar bestempeld. Een dergelijke stap zou namelijk impliceren dat alle eerder verrichte handelingen, waaronder de bijdrage van de minister van Buitenlandse Zaken namens de regering in de eerste ronde van de behandeling, ongeldig zouden zijn. Volgens de verklaring bestaat daarvoor geen enkele rechtsgrond.
Verder wordt benadrukt dat een vergelijkbare werkwijze in eerdere zittingsperioden eveneens is toegepast, zonder dat dit ooit gevolgen had voor de rechtmatigheid van vergaderingen. Mocht de assemblée de rol van de voorzitter bij het tekenen van de presentielijst nader willen vastleggen, dan kan dat volgens de verklaring worden meegenomen bij de aangekondigde herziening van het Reglement van Orde. Tot die tijd blijft de huidige regeling onverkort van kracht en biedt zij geen basis om de vergadering van 22 juni ongeldig te verklaren.