PARAMARIBO - "Een wet is geen eindproduct, maar een fase in een cyclus." Met die boodschap benadrukte voorzitter Michael Adhin van de Nationale Assemblée (DNA) dat het werk van het parlement niet ophoudt...

bij het aannemen van wetgeving. Volgens hem heeft het parlement ook de verantwoordelijkheid om na te gaan of wetten in de praktijk doen waarvoor zij zijn bedoeld.
De parlementsvoorzitter sprak afgelopen vrijdag tijdens de bijeenkomst Legal Lunch Suriname: ‘Van wetboek naar werkvloer — Boek 2 BW & Governance in de praktijk’, in het Radisson Hotel. De bijeenkomst werd georganiseerd door de Academie voor Leadership en bracht juristen, compliance officers, bestuurders, toezichthouders en vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven samen om stil te staan bij de implementatie van het nieuwe Burgerlijk Wetboek (BW) en de betekenis van goed bestuur binnen organisaties.
Volgens de DNA-voorzitter is het traject van wetgeving voor het publiek vooral zichtbaar vanaf de voorbereiding van een wetsvoorstel tot en met de afkondiging in het Staatsblad. De werkelijke betekenis van een wet wordt echter pas duidelijk tijdens de uitvoering. "Mijn visie is dat het parlement een tweede taak heeft. Naast het vaststellen van wetten behoort het parlement ook te weten of zijn wetten werken", stelde hij.
Adhin wees erop dat er vaak een afstand bestaat tussen de aanname van een wet en de toepassing ervan in de dagelijkse praktijk. Juist daar wordt zichtbaar of wetgeving daadwerkelijk uitvoerbaar is, maatschappelijke meerwaarde heeft en aansluit bij de realiteit van burgers, bedrijven en instellingen. Evaluatie van wetgeving noemde hij daarom een essentieel onderdeel van goed bestuur en verantwoord wetgevingswerk.
Het nieuwe Burgerlijk Wetboek (NBW) werd in 2024 door De Nationale Assemblée goedgekeurd en trad op 1 mei 2025 in werking. Gezien de omvang van deze hervorming acht Adhin het noodzakelijk om systematisch te onderzoeken hoe de wet in de praktijk functioneert. Hij verwees daarbij naar ervaringen in Nederland, waar vergelijkbare wetshervormingen gefaseerd zijn ingevoerd en geëvalueerd.
In dat kader kondigde de voorzitter drie concrete initiatieven aan. De Nationale Assemblée zal een structureel overlegplatform opzetten voor de evaluatie van het nieuwe Burgerlijk Wetboek. “Dit overleg kan de vorm aannemen van wat wij kennen in DNA als de Academische Week. Het kan ook twee weken. We hoeven niets nieuw te doen”. Daarnaast wordt een digitaal portaal geopend, waar burgers, professionals en organisaties praktijksignalen kunnen indienen over wetsartikelen die in de uitvoering vragen of knelpunten oproepen. Ook zullen de inzichten en aanbevelingen die tijdens de Legal Lunch naar voren zijn gebracht, worden meegenomen in de evaluatiestructuur. Hiervoor heeft de voorzitter drie deskundigen werkzaam bij het parlement meegenomen.
Volgens Adhin heeft de bijeenkomst daarmee meer opgeleverd dan alleen een gedachtewisseling tussen deskundigen. “Wat hier vandaag uitgewisseld wordt, gaat dus zeker niet verloren.” De aangedragen ervaringen en inzichten zullen bijdragen aan een beter beeld van de werking van het NBW in de praktijk en daarmee aan de verdere ontwikkeling van kwalitatieve wetgeving.