PARAMARIBO – De verkiezingen van 25 mei 2025 hebben opnieuw een harde realiteit blootgelegd: Su-riname stemt nog steeds grotendeels langs etnische lijnen.

Politiek analist Robert Ameerali zegt dat uit de voorlopige verkiezingsresultaten, die voor het laatst op 30 mei zijn bijgewerkt, blijkt dat de politieke voorkeuren van kiezers sterk samenhangen met hun etnische afkomst, ondanks decennia van pogingen tot nationale eenheid en multicultureel politiek beleid. Ameerali waarschuwde voor de verkiezingen al dat de verkiezingen van 2025 “meer dan ooit een etnische machtsstrijd” zouden worden.
De voorlopige verkiezingsresultaten bevestigen zijn analyse op pijnlijke wijze: Surinamers stemmen overwegend op basis van etniciteit. De veelgeprezen bromkiyari-retoriek – politiek van eenheid en broederschap – is volgens Ameerali niets meer dan een façade.

Uit Ameerali’s analyse blijkt dat Hindostanen massaal stemden op de VHP (61%), met de NDP op ruime afstand (34%). Marrons gaven hun steun voornamelijk aan ABOP (43%) en de NDP (26%), terwijl de VHP daar slechts 6% scoorde.

Creolen kozen vooral voor NDP (33%) en NPS (34%), met de VHP op 20%. Inheemsen stemden verdeeld, maar met NPS (2%), ABOP (2%) en NDP (65%) als koplopers – opvallend is dat VHP hier 25% behaalde.

Javanen stemden overwegend op NDP (34%) en VHP (28%), wat wijst op een concurrentiestrijd binnen deze groep. De PL behaalde 23% van de stemmen onder de Javanen. Gemengde Surinamers toonden géén duidelijke voorkeur: hun stemmen versplinterden tussen NDP (41%), VHP (39%) en NPS (15%).

De cijfers bevestigen ook dat nieuwe of kleinere partijen, zoals A20, nauwelijks voet aan de grond krijgen. Ondanks inspanningen om zich als multicultureel alternatief te presenteren, behaalde A20 bijvoorbeeld slechts 1% van de Hindostaanse stemmen, 3% bij Inheemsen, en 10% bij Creolen – bij die laatste groep wellicht te danken aan onvrede met de traditionele partijen.

Ook Ameerali’s eerdere kritiek op de etnisch gekleurde kandidatenlijsten wordt hiermee volledig bevestigd. Zo telde de VHP onder haar eerste 16 kandidaten geen enkele Marron of Inheemse, maar wel elf Hindoestanen, twee Javanen en één Chinees.

De ABOP stelde juist een grotendeels Marron-lijst samen. In districten als Wanica en Paramaribo, die juist bekendstaan om hun etnische diversiteit, zagen we die diversiteit amper terug op de lijsten. “Dat was geen fout, maar een bewuste strategie. De partijen hebben zichzelf schaamteloos neergezet als etnische vaandeldragers en zolang partijen niet echt transcultureel opereren en zich blijven profileren binnen etnische silo's, blijft de democratie kwetsbaar voor verdeeldheid”, aldus Ameerali.
De structurele etnische patronen die uit deze verkiezing blijken, werpen urgente vragen op over de toekomst van het Surinaams politiek bestel. “We moeten onszelf afvragen: bouwen we een nationale democratie, of houden we een systeem in stand waarin afkomst bepaalt wie voor jou spreekt?”. Hij sluit af met een ongemakkelijke waarheid: “Deze verkiezing laat zien waar we echt staan. Niet in een post-etnisch tijdperk, maar midden in een kleurgecodeerde democratie. En zolang we dat niet erkennen, blijven we cirkelen in hetzelfde patroon.”