Como heeft dinsdagavond geschiedenis geschreven door Napoli uit te schakelen in de kwartfinale van de Coppa Italia.

De ploeg van trainer Cesc Fabregas hield stand in het Stadio Diego Armando Maradona en trok uiteindelijk aan het langste eind na strafschoppen. Daarmee plaatst Como zich voor het eerst sinds 1986 weer voor de halve finale van het Italiaanse bekertoernooi.
Binnen de club werd al langer gedroomd van een bijzondere bekerstunt. Directeur Carlalberto Ludi sprak vooraf over de 'onbegrensde ambitie' van Como en prees Fabregas, die volgens hem als trainer zelfs nog beter is dan hij als speler al was. Fabregas stond in Napels bovendien tegenover Antonio Conte, onder wie hij bij Chelsea nog de FA Cup won, wat het duel extra lading gaf.
Fabregas genoot na afloop, maar hield zijn spelers met beide benen op de grond. “Het is een historische prestatie en het is een positieve periode, maar zaterdag wacht alweer een heel belangrijke wedstrijd. We moeten de euforie bewaren tot het einde van het seizoen”, zei hij tegen Sport Mediaset. Voor de strafschoppenserie probeerde de Spanjaard zijn jonge ploeg vooral rust te geven. “Ik zei tegen ze dat ze moesten genieten. Veel van hen hadden dit nog nooit meegemaakt. Ik heb zelf ook in Napoli’s situatie gezeten als de grote ploeg waarvan iedereen verwacht dat ze wint, en dat zorgt voor angst. Wij hadden ook geluk dat we als eerste mochten nemen, dat helpt.”
Voor Como is de bekerstunt een volgende bevestiging van een uitstekend seizoen. De club staat in de Serie A momenteel knap zesde en heeft daarmee zicht op Europees voetbal. Die positie zou aan het einde van het seizoen zelfs recht geven op deelname aan de Conference League. In de halve finale van de Coppa Italia wacht nu een tweeluik tegen Inter Milan. (VI)