PARAMARIBO – De positie van de procureur-generaal (pg) is opnieuw onderwerp van een fundamentele discussie geworden.

Tijdens een eendaagse congres over wetgevingsvernieuwing en modernisering van de rechterlijke macht werd pijnlijk duidelijk dat er binnen juridische, politieke en maatschappelijke kringen diepgaande verschillen bestaan over één kernvraag namelijk aan wie is de procureur-generaal in Suriname werkelijk verantwoording verschuldigd?
Centraal in het debat stond de historische keuze van de grondwetgever. Sinds de Grondwet van 1975 wordt het Openbaar Ministerie, inclusief de procureur-generaal, gerekend tot de rechterlijke macht. Daarmee werd bewust gebroken met het pre-1975-model, waarin de pg ondergeschikt was aan de uitvoerende macht. Die constitutionele keuze was ingegeven door de wens politieke inmenging in opsporing en vervolging te voorkomen, vooral in een kleine samenleving als Suriname.
Toch blijkt die keuze in de praktijk allesbehalve eenduidig geïnterpreteerd. In de discussie werd herhaaldelijk gesproken over ‘ondergeschiktheid’ een term die volgens meerdere juristen onjuist en misleidend is. De procureur-generaal is niet ondergeschikt aan het Hof van Justitie, zo werd benadrukt, maar opereert onafhankelijk binnen de rechterlijke macht. Tegelijkertijd is de pg ook geen verlengstuk van de regering.
Het debat werd feller toen het voorstel vanuit De Nationale Assemblée om de positie van de pg te herzien werd besproken. Onder meer het idee van een college van procureurs-generaal en benoemingen voor een vaste termijn – bijvoorbeeld vijf jaar, met mogelijkheid tot herbenoeming – ligt op tafel. Critici waarschuwen dat dergelijke constructies het risico vergroten op politieke beïnvloeding. Een pg die weet dat herbenoeming mogelijk is, kan onder druk komen te staan, juist wanneer gevoelige strafzaken politieke belangen raken.
Voorstanders van hervorming stellen daar tegenover dat ook het Openbaar Ministerie niet boven democratische controle kan staan. De minister van Justitie draagt politieke verantwoordelijkheid voor het veiligheids- en vervolgingsbeleid en moet daarover verantwoording afleggen aan het parlement en de samenleving. Volgens hen rechtvaardigt dat de bevoegdheid om algemene aanwijzingen te geven aan het OM, zolang inmenging in individuele zaken strikt verboden blijft.
Tijdens het congres werd herhaaldelijk benadrukt dat directe politieke inmenging in strafzaken zich tot nu toe nauwelijks heeft voorgedaan. Toch klonk de waarschuwing dat wetgeving niet mag vertrouwen op goede intenties alleen. “Waarborgen zijn er juist voor momenten waarop de druk wél toeneemt”, klonk het vanuit enkele deskundigen. In dat licht wordt de constitutionele verankering van de pg gezien als een cruciale bescherming van de rechtsstaat.
De discussie liet zien dat het debat over de procureur-generaal niet louter juridisch is, maar diep politiek en maatschappelijk. Het raakt aan vertrouwen in justitie, de scheiding der machten en de vraag hoe onafhankelijk opsporing en vervolging in Suriname daadwerkelijk zijn.