PARAMARIBO - De internationale oliemarkt staat onder extreme druk nu de olieprijs gisterochtend is opgelopen tot USD 119,33 per vat, één van de hoogste niveaus ooit gemeten.

De scherpe stijging wordt aangedreven door toenemende geopolitieke spanningen in het Midden-Oosten en zorgen over mogelijke verstoringen in de wereldwijde energievoorziening. Voor Suriname betekent de hoge olieprijs een bitterzoete ontwikkeling.
De prijs van Brent crude steeg met 23 procent tot 114,36 dollar per vat, de grootste dagelijkse sprong sinds 1988. Brent geldt als de belangrijkste benchmark voor de lichte oliemarkt in Europa, Afrika en het Midden-Oosten en is afkomstig uit olievelden in de Noordzee tussen de Shetlandeilanden en Noorwegen. Tegelijkertijd schoot de Amerikaanse referentieolie West Texas Intermediate (WTI) met 27 procent omhoog tot USD 115,11 per vat, wat wereldwijd een snelle stijging van benzineprijzen dreigt te veroorzaken.
Aan de ene kant boert Staatsolie Maatschappij Suriname goed dankzij de oorlogssituatie in het Midden-Oosten. Olie geproduceerd in stabielere regio’s wordt daarmee aantrekkelijker voor afnemers. De stijgende prijzen betekenen ook stijgende inkomsten, Staatsolie produceert momenteel ver beneden de gemiddelde internationale kostprijs. Daarnaast schept de hoge olieprijs enthousiasme bij de oliemaatschappijen die olie- en gasvelden voor de kust ontwikkelen. Het finaal investeringsbesluit van TotalEnergies voor het ontwikkelen voor de productie van olie in Blok 58 ligt op ongeveer USD 25 per vat.
De grote tegenvaller zal echter aan de pomp te merken zijn. In veel landen zijn de pomprijzen nu al gestegen, wat voor toenemende maatschappelijke onrust zorgt. Zo goed als zeker is dat ook winkelprijzen zullen stijgen vanwege verhoogde logistieke en transportkosten om de importrekening. De internationale markten reageren vooral op de verslechterende veiligheidssituatie in het Midden-Oosten. Olietransporten via de strategische Straat van Hormuz liggen onder druk, omdat tankers het gebied momenteel mijden uit vrees voor escalatie van het conflict. Deze zeestraat is een cruciale doorgang voor een aanzienlijk deel van de wereldwijde export van olie en aardgas. Volgens Bruce Kasman, hoofdeconoom bij JPMorgan, blijft de wereldeconomie sterk afhankelijk van de energiestromen die via de Straat van Hormuz lopen. Hij verwacht op korte termijn een piek in de olieprijs richting USD 120 per vat, gevolgd door een mogelijke stabilisatie als het conflict snel afneemt. Zonder een duidelijke politieke oplossing zouden de prijzen van Brent-olie echter tot halverwege het jaar rond een verhoogd niveau van ongeveer 80 dollar per vat kunnen blijven.
Analisten van Macquarie Capital waarschuwen dat de markt het risico van langdurige verstoringen mogelijk onderschat. Sinds februari is de prijs van Brent al met ongeveer 37 procent gestegen, maar volgens hen houdt de markt onvoldoende rekening met de gevolgen van een effectieve sluiting van de Straat van Hormuz. In hun analyse kan een blokkade van de zeestraat gedurende enkele weken een kettingreactie veroorzaken op de mondiale oliemarkt. Meldingen van productieonderbrekingen in landen als Irak en Koeweit vergroten die onzekerheid. In een dergelijk scenario zou de olieprijs kunnen oplopen tot boven de 150 dollar per vat. De explosieve stijging van de energieprijzen heeft ook gevolgen voor de valutamarkten. De Amerikaanse dollar steeg maandag aanzienlijk, doordat beleggers massaal naar liquide middelen vluchten uit vrees dat een langdurige oorlog met Iran de wereldwijde energievoorziening ernstig kan verstoren en de economische groei onder druk kan zetten. Hierdoor nemen de spanningen op financiële markten wereldwijd verder toe.