PARAMARIBO – De officiële inflatie in Suriname bedroeg in juni 10,5 procent, maar volgens het Algemeen Bureau voor de Statistiek (ABS) geeft dat cijfer slechts een deel...

van de werkelijkheid weer. Achter het gemiddelde schuilen enorme prijsverschillen tussen afzonderlijke producten, waardoor veel consumenten de inflatie als veel hoger ervaren dan uit de officiële statistieken blijkt.
Het statistiekbureau legt uit dat de consumentenprijsindex is gebaseerd op een vast pakket van 316 goederen en diensten, waarbij elk product een eigen gewicht heeft. Daardoor beïnvloeden sommige prijsstijgingen de inflatie sterker dan andere. Het inflatiecijfer is daarom een gewogen gemiddelde en geen weerspiegeling van de prijsontwikkeling van ieder afzonderlijk product.
Juist daarom rapporteert het ABS sinds 2019 ook de zogenoemde prijsbewegingen van individuele artikelen. In juni varieerden deze tussen een prijsdaling van 39 procent en een prijsstijging van maar liefst 600 procent. Over de periode juli 2024 tot en met juni 2026 liepen de prijsveranderingen uiteen van min 67 procent tot plus 600 procent, terwijl de officiële jaarinflatie in diezelfde periode schommelde tussen 5,7 en 13 procent.
Dat verschil verklaart volgens het bureau waarom zowel consumenten als beleidsmakers regelmatig kritiek hebben op de inflatiecijfers. De overheid vindt soms dat de inflatie onvoldoende recht doet aan de economische maatregelen die zijn genomen, terwijl vakbonden en burgers juist aangeven dat hun dagelijkse uitgaven veel sneller stijgen dan het gepubliceerde gemiddelde suggereert.
De cijfers over juni laten zien dat vooral essentiële producten duurder werden. Groenten en fruit stegen in een jaar tijd met 32,5 procent, vlees met 16,6 procent, communicatie met 15,1 procent en medische en paramedische diensten zelfs met 60,1 procent. Daartegenover stonden productgroepen die nauwelijks in prijs veranderden of zelfs licht daalden, zoals suiker en suikerproducten.
Het ABS benadrukt bovendien dat de consumentenprijsindex uitsluitend bedoeld is om prijsbewegingen te meten. De cijfers mogen niet worden gebruikt om te concluderen dat het ene district duurder is dan het andere; alleen de ontwikkeling van prijzen kan worden vergeleken. Daarmee waarschuwt het statistiekbureau voor verkeerde interpretaties van de inflatiecijfers, juist nu de koopkracht van veel huishoudens onder druk blijft staan.