PARAMARIBO – Terwijl de Surinaamse bevolking gebukt gaat onder een torenhoge inflatie, een minimumloon van nauwelijks SRD 10.000 per maand en een uitzichtloze economische...

situatie, blijkt uit gelekte salarisgegevens dat de procureur-generaal (pg) een maandelijks nettosalaris van ruim SRD 1 miljoen ontvangt. De vraag die iedere Surinamer zich moet stellen is niet alleen of dit bedrag moreel te verantwoorden is, maar vooral: is dit wettelijk toegestaan? En zo nee, welke strafrechtelijke consequenties moeten hier dan aan worden verbonden?
De Begrotingswet 2025: Wat is werkelijk goedgekeurd?
De Nationale Assemblee (DNA) heeft de staatsbegroting voor het dienstjaar 2025 goedgekeurd met 41 stemmen. Bij die goedkeuring is nadrukkelijk gesproken over "begrotingsdiscipline en transparantie in de uitvoering van financiële middelen". De Vaste Commissie voor Financiën en Planning heeft bij de behandeling van de begroting uitdrukkelijk verzocht om overzichten van personeelsbestanden en nadere toelichting op specifieke posten, "met name met betrekking tot personeelsuitgaven en toelagen".
De kernvraag is dan ook: staat het salaris van de pg van ruim SRD 1,4 miljoen bruto wél in de begroting 2025 zoals goedgekeurd? Indien dit bedrag of de samenstelling ervan niet expliciet is opgenomen in de begrotingswet, is er sprake van een bestemmingswijziging. En bestemmingswijzigingen zonder parlementaire goedkeuring zijn in strijd met de Comptabiliteitswet, die voorschrijft dat alle staatsuitgaven conform de begroting moeten plaatsvinden. Publieke functionarissen die dergelijke wijzigingen doorvoeren zonder wettelijke grondslag, schenden daarmee een wettelijk voorschrift en een wettelijke procedure.
De grondwettelijke scheefgroei: Een Rechterlijke Macht zonder wet
Wat de situatie nog schrijnender maakt, is de grondwettelijke context. Volgens artikel 141 lid 3 van de Grondwet moet het loon van de Rechterlijke Macht bij wet worden vastgesteld. Die wet is er echter nooit gekomen. Geen enkele regering heeft deze grondwettelijke verplichting nagekomen.
In plaats daarvan is er jarenlang gewerkt met staatsbesluiten. In 2021 werd een "bijzondere verhoging" doorgevoerd, die president Santokhi destijds verdedigde met de opmerking dat "het benoemen van leden van de rechterlijke macht inherent is aan een aangepaste levensstijl" en dat leden van de Rechterlijke Macht "zich geen nevenfunctie kunnen permitteren". De verhoging werd gepresenteerd als een eenmalige anticiperende maatregel, in afwachting van de organieke wet die er nooit kwam.
Maar wat bleek? In plaats van de beloofde wet te maken, werd bij ministerraadsbesluit van 6 juli 2025 opnieuw een aanpassing doorgevoerd. En nu doemt de vraag op of er wellicht een presidentiële resolutie van 15 juli 2025 bestaat, die deze exorbitante toelagen mogelijk heeft gemaakt.
De slinkse constructie: Toelagen zonder wettelijke grondslag
Uit de salarisstrook van de pg blijkt dat het basissalaris van SRD 562.018 wordt opgetuigd met een reeks toelagen: representatie-, auto-, woon- en managementtoelagen. De vraag is: waar en hoe zijn deze toelagen wettelijk vastgelegd?
Indien deze toelagen zijn toegekend via een presidentiële resolutie of ministerraadsbesluit zonder dat daarvoor een wettelijke grondslag bestaat in de begrotingswet, is er sprake van extracomptabele uitgaven. En extracomptabele uitgaven zijn in strijd met de beginselen van begrotingsrecht.
De Anti-Corruptiewet is op dit punt glashelder. Artikel 13 lid 1 verbiedt een publieke functionaris om in de uitoefening van zijn functie handelingen te verrichten of besluiten te nemen "waarbij door hem wordt gehandeld in strijd met de terzake geldende wettelijke voorschriften, voorwaarden of procedures, om voor zichzelf of voor een ander enig onrechtmatig voordeel te verkrijgen".
Zelfverrijking onder slinkse constructies: De juridische definitie
Wanneer publieke functionarissen via onderlinge afstemming – de Rechterlijke Macht en het Openbaar Ministerie die gezamenlijk profiteren van een regeling die zij zelf nooit ter discussie stellen – zichzelf bevoordelen, is er juridisch gezien sprake van een slinkse constructie.
De Anti-Corruptiewet definieert corruptie als: "het door een publieke functionaris in de uitoefening van zijn functie misbruik maken van zijn functie of positie en/of de aan hem toegekende bevoegdheden en/of de daaruit vloeiende mogelijkheden tot beïnvloeding. Daarbij iets doet of nalaat vanwege een verkregen gift, dienst of belofte teneinde daaruit rechtstreeks onrechtmatig voordeel te verkrijgen voor zichzelf of… een ander".
De vraag die hier onvermijdelijk rijst: is het stilzwijgend accepteren van een exorbitante salarisverhoging, zonder protest, terwijl de eigen grondwettelijke verplichting tot een wettelijke regeling wordt genegeerd, niet juist zo'n vorm van misbruik van functie?