PARAMARIBO - Het juridische kader voor merken in Suriname wordt aangepast aan de manier waarop bedrijven tegenwoordig opereren.

De Nationale Assemblée is gestart met de behandeling van wijzigingen van het Reglement Industriële Eigendom uit 1912, waarmee onder meer ook dienstverlenende bedrijven beter onder de merkenbescherming moeten vallen. Tijdens de eerste behandeling zijn er wat kritische kanttekeningen geplaatst, waaronder ook bescherming van goederen en diensten van tribale gemeenschappen. De huidige regelgeving richt zich vooral op merken die producten onderscheiden. De voorgestelde aanpassingen maken het mogelijk om ook merken van diensten juridisch beter te beschermen. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om bedrijven die actief zijn in dienstverlening en hun merk tegen gebruik door anderen willen beschermen.
Volgens de nieuwe regels krijgt degene die een merk in Suriname als eerste voor bepaalde goederen of diensten gebruikt, het recht op exclusief gebruik daarvan, binnen de vastgestelde voorwaarden.
Ook de registratie van merken wordt aangescherpt. Aanvragers moeten een duidelijke afbeelding van het merk indienen, aangeven voor welke goederen of diensten die bedoeld is en, wanneer kleur onderdeel is van het onderscheidende karakter, ook kleurafdrukken aanleveren.
Het Bureau voor Intellectuele Eigendom krijgt bovendien meer mogelijkheden om aanvragen af te wijzen. Een merk kan worden geweigerd wanneer het geheel of grotendeels overeenkomt met een eerder geregistreerd of ingediend merk voor dezelfde categorie goederen of diensten.
Tegelijkertijd wordt de rechtsbescherming van bestaande merkhouders uitgebreid. Wie meent dat een registratie zijn rechten aantast, krijgt negen maanden na publicatie de mogelijkheid om het Hof van Justitie te vragen de inschrijving nietig te verklaren.
Ook internationale tentoonstellingen worden in de nieuwe regeling meegenomen. Een merk dat daar officieel wordt gepresenteerd, kan onder bepaalde voorwaarden worden aangemerkt alsof het op de dag van de tentoonstelling al in Suriname was gebruikt. Het Bureau kan hiervoor bewijs van de organisatoren verlangen. Naast de juridische wijzigingen worden de kosten voor merkregistratie en andere handelingen vastgelegd. Een eerste inschrijving of verlenging tot drie internationale klassen kost SRD 500. Voor iedere extra klasse komt daar SRD 50 bij. Voor onder meer overdracht, doorhaling en wijzigingen gelden afzonderlijke tarieven. In DNA is gevraagd naar een onderbouwing voor de vaststelling van deze bedragen. Sommige parlementariërs vragen zich af of dit bedrag überhaupt haalbaar is om het Bureau voor Intellectuele Eigendom in staat te stellen zijn werk te doen.