
DEN HAAG - In Den Haag zijn hoorzittingen begonnen in een genocidezaak tegen Myanmar. Het Internationaal Gerechtshof (ICJ) onderzoekt...

of het land schuldig is aan genocide op de islamitische Rohingya-minderheid.
De zaak draait om een grootschalige militaire operatie in de staat Rakhine om de Rohingya te verdrijven. Volgens de regering was de aanval gericht tegen militante Rohingya, maar de moslims zelf spreken van een etnische zuivering in het overwegend boeddhistische land.
De VN stelde in 2018 al dat er in Myanmar 'genocidale handelingen' werden verricht. Dorpen werden platgebrand en inwoners verkracht of vermoord. Ongeveer 700.000 mensen werden gedwongen te vluchten naar buurland Bangladesh en leven daar nog altijd onder slechte omstandigheden in vluchtelingenkampen.
De zaak werd ruim zes jaar geleden aangespannen door Gambia. Daarna sloten elf andere landen zich bij de aanklacht aan, waaronder Nederland. Gambia wil onder meer dat het ICJ Myanmar herstelbetalingen oplegt en dat het land garandeert dat het genocideverdrag niet opnieuw zal worden geschonden.
Gambia baseert zich op het VN-genocideverdrag uit 1948, bedoeld om volkerenmoord te voorkomen en te bestraffen. Zowel Gambia als Myanmar heeft die verklaring ondertekend. Het verdrag beschrijft genocide als een zaak van internationale betrokkenheid, die moet worden berecht door een internationaal hof. (NOS)

