Er bestaat een kleine kans dat Concacaf de uitsluiting van ruim twee jaar van de Surinaamse U-17-selectie zal heroverwegen.

Dat heeft SVB-voorzitter Dayasanker Mathoera bevestigd. De regionale voetbalbond heeft inmiddels om een uitgebreide rapportage gevraagd over het uitblijven van de afreis naar Honduras voor de kwalificatiewedstrijden.
Uit onderzoek blijkt dat op de nieuwe namenlijst van vijftien buitenlandse spelers (die gestuurd was door General Manager Brian Tevreden) zeven namen voorkwamen die niet op de oorspronkelijke lijst, die eerder was ingediend, stonden. Deze zeven spelers waren daardoor niet geregistreerd op het officiële FIFA-registratieformulier en waren formeel niet speelgerechtigd. Mathoera, die in dezelfde periode het Concacaf-congres bijwoonde, heeft naar eigen zeggen met diverse betrokkenen binnen de organisatie gesproken in een poging tot een oplossing te komen. Die inspanningen leverden echter geen positief resultaat op.
Door de administratieve kwestie kon de selectie uiteindelijk slechts met zestien spelers afreizen: acht uit de lokale competitie en acht uit het buitenland. Juist rond deze beslissing ontstond grote onvrede binnen de groep diaspora-spelers. Tijdens de training escaleerde de situatie. Er was sprake van scheldpartijen, onderlinge vechtpartijen en verbaal wangedrag, ook richting een aanwezig veteranenteam.
In een poging de rust te herstellen en sportieve schade te beperken, koos de SVB voor een tussenoplossing. De zeven niet-geregistreerde spelers zouden alsnog meereizen naar Honduras, in de hoop dat Concacaf hen ter plaatse alsnog speelgerechtigd zou verklaren. In het verleden zijn dergelijke situaties immers eerder rechtgezet.
Op de dag van vertrek liep de situatie echter opnieuw uit de hand. De groep diaspora-spelers gaf aan niet te willen spelen. Uiteindelijk leidde dit ertoe dat de U-17-selectie niet is afgereisd naar Honduras, met alle gevolgen van dien.