PARAMARIBO – Hoewel de wisselkoers van de Surinaamse dollar de afgelopen maanden relatief stabiel is gebleven, blijft de inflatie een hardnekkig probleem.

Volgens het nieuwste bulletin van de Stichting Economisch Onderzoek en Beleidsadvies (SEOB) is de inflatie in april opnieuw opgelopen, waardoor huishoudens en bedrijven te maken hebben met aanhoudende prijsstijgingen. De organisatie waarschuwt dat Suriname nog altijd niet is teruggekeerd naar een situatie van duurzame prijsstabiliteit.
Uit de cijfers blijkt dat de jaar-op-jaarinflatie in april is gestegen naar 10,9 procent, tegenover 10,8 procent in maart. Ook de maandelijkse prijsontwikkeling laat een versnelling zien. Waar de prijzen in februari nog met 0,2 procent stegen en in maart met 0,4 procent, bedroeg de maand-op-maandinflatie in april 0,8 procent. Daarmee is de prijsdruk opnieuw toegenomen.
Volgens de SEOB bevestigt deze ontwikkeling dat Suriname sinds juli 2025 opnieuw kampt met een tweecijferige inflatie. Dat betekent dat goederen en diensten in een hoog tempo duurder blijven worden, waardoor huishoudens steeds meer koopkracht verliezen. Voor consumenten betekent dit dat zij met hetzelfde inkomen steeds minder kunnen besteden aan dagelijkse uitgaven, terwijl ook ondernemers worden geconfronteerd met hogere kosten voor productie en dienstverlening.
De stichting wijst erop dat de oplopende inflatie meerdere negatieve gevolgen heeft. Niet alleen worden gezinnen geraakt doordat hun uitgaven stijgen, ook spaargeld verliest sneller aan waarde en neemt de economische onzekerheid toe. Hierdoor worden investeringsbeslissingen moeilijker en kunnen bedrijven terughoudender worden met uitbreidingen of het aannemen van extra personeel.
Volgens de SEOB is deze ontwikkeling extra teleurstellend, omdat Suriname juist op weg leek naar een inflatie van minder dan tien procent. Een dergelijke ontwikkeling zou een belangrijk signaal zijn geweest dat de macro-economische stabiliteit zich verder had hersteld. De recente cijfers tonen echter aan dat dit doel voorlopig nog niet is bereikt.
Tegenover de hardnekkige inflatie staat wel een relatief stabiele wisselkoers. De Surinaamse dollar won in maart terrein ten opzichte van zowel de Amerikaanse dollar als de euro. De koers van de Amerikaanse dollar daalde naar SRD 37,7 en bleef vervolgens in april vrijwel onveranderd. In mei schommelde de koers rond SRD 37,5. Ook ten opzichte van de euro bleef de ontwikkeling beperkt. Nadat de koers in maart daalde naar SRD 43,7, liep deze in april licht op naar SRD 44,1, om in mei weer uit te komen op SRD 43,8.
Volgens de SEOB wijst dit erop dat de valutamarkt de afgelopen maanden relatief rustig is gebleven. Toch waarschuwt de organisatie dat deze stabiliteit geen vanzelfsprekendheid is. De wisselkoers blijft gevoelig voor internationale ontwikkelingen, veranderingen op de valutamarkten en binnenlandse economische factoren. Externe schokken kunnen de huidige stabiliteit daarom snel onder druk zetten.
De stichting benadrukt dat een stabiele wisselkoers op zichzelf onvoldoende is om de inflatie terug te dringen. Daarvoor is volgens de onderzoekers een consistent monetair en fiscaal beleid noodzakelijk. Alleen met een samenhangende aanpak kan worden voorkomen dat de prijsstijgingen verder oplopen en het vertrouwen in de economie opnieuw afneemt.