PARAMARIBO – Angst voor represailles en terughoudendheid om herkenbaar in beeld te komen, bemoeilijken het contact tussen burgers en de politie.
Volgens korpschef Melvin Pinas beschikt de samenleving over informatie over strafbare feiten, maar mensen durven die niet altijd openlijk te delen. Met buurtbezoeken wil de politiebaas die drempel verlagen en het vertrouwen in het Korps Politie Suriname (KPS) versterken. Pinas bracht vrijdag 16 oktober een bezoek aan de Centrale Markt en de Vreedzaammarkt in Paramaribo. Het bezoek maakt deel uit van het initiatief ‘Kon Mit’ KC’, waarmee hij rechtstreeks met burgers in gesprek wil gaan over veiligheidsproblemen en andere zaken die hen bezighouden. De korpschef werd vergezeld door enkele stafleden. De delegatie vertrok vanuit het politiebureau Keizerstraat, waar eerst een briefing plaatsvond en een bezoek werd gebracht aan het nabijgelegen cellenhuis. Vervolgens liep het team naar de markten, waar standhouders hun ervaringen en zorgen konden delen.
Volgens Pinas bestaat bij een deel van de marktverkopers terughoudendheid om voor de camera te spreken. Die houding vormt een uitdaging voor een initiatief dat juist is bedoeld om burgers rechtstreeks te bereiken. De korpschef zegt dat hij bij zijn aantreden al had aangegeven de verbinding tussen politie en samenleving te willen versterken. In plaats van te wachten totdat burgers naar de politie stappen, wil hij zelf naar hen toegaan. “Wanneer je bij de mensen bent, dan zie je wat ze bezighoudt”, stelt Pinas. Uit gesprekken die hij heeft gevoerd, is volgens hem gebleken dat er veel speelt binnen de samenleving. Door rechtstreeks met burgers te praten, krijgt hij naar eigen zeggen ook als korpschef sneller zicht op hun zorgen.
De politie moet volgens hem wel een andere aanpak hanteren om mensen die niet herkenbaar in beeld willen komen, toch de gelegenheid te geven informatie te delen. Hoe die laagdrempelige contactmogelijkheden concreet worden ingericht, is nog niet uitgewerkt. Pinas benadrukt dat burgers over informatie beschikken die van belang kan zijn voor de bestrijding van criminaliteit. Sommige mensen zouden echter vrezen voor mogelijke represailles wanneer bekend wordt dat zij informatie aan de politie hebben verstrekt.
Volgens de korpschef wordt informatie die tijdens contacten wordt verkregen, doorgespeeld aan de betreffende diensten, zodat waar nodig actie kan worden ondernomen. Het succes van de aanpak hangt daarmee niet alleen af van de bereidheid van burgers om te praten, maar ook van de manier waarop de politie hun informatie behandelt en opvolgt. Het KPS zal daarom moeten laten zien dat meldingen serieus worden genomen en dat de veiligheid van informatieverstrekkers voldoende aandacht krijgt. Over concrete resultaten van het initiatief zijn nog geen cijfers of voorbeelden bekendgemaakt. Naast criminaliteit kwam ook geluidsoverlast ter sprake, vooral door opgevoerde bromfietsen. Pinas zegt dat hiervoor al beleid is uitgezet en dat de berging van het KPS volstaat met in beslag genomen bromfietsen. Toch blijft de overlast voortduren. Daarmee erkent de korpschef dat de bestaande maatregelen het probleem nog niet hebben opgelost. Een grondige aanpak is volgens hem noodzakelijk. Pinas roept burgers op tijdens buurtbezoeken en wijkgesprekken hun zorgen en relevante informatie met de politie te delen. De komende periode zal moeten blijken of ‘Kon Mit’ KC’ niet alleen meer contact oplevert, maar ook bijdraagt aan meer vertrouwen, betere informatievoorziening en zichtbare verbeteringen op het gebied van veiligheid.