PARAMARIBO – Toegang tot landbouwgrond en financiering, gebrekkige landbouwdata en de beperkte aansluiting tussen landbouwonderwijs...

en de praktijk behoren tot de vraagstukken die aandacht vragen bij de verdere ontwikkeling van de Surinaamse landbouwsector. Deze knelpunten kwamen aan de orde tijdens een beleidsconsultatie van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) en het Ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) op 6 oktober in Paramaribo.
Tijdens de bijeenkomst beoordeelden vertegenwoordigers van overheidsinstellingen, kennis- en onderwijsinstellingen, het bedrijfsleven, jongerenorganisaties en deskundigen op het gebied van gender zes conceptbeleidsaanbevelingen. De centrale vraag was in hoeverre deze voorstellen relevant, haalbaar en toepasbaar zijn binnen de Surinaamse landbouwsector. De consultatie maakt deel uit van de Suriname Agriculture Policy Review, waarmee de FAO en LVV werken aan een beleidsomgeving die landbouw beter moet voorbereiden op klimaatverandering en tegelijkertijd inclusiever en duurzamer moet maken.
De deelnemers bespraken onder meer de toegang tot grond en financiering, de participatie van jongeren, landbouwonderwijs en de positie van vrouwen in de sector. Ook kwamen de beschikbaarheid van betrouwbare landbouwgegevens, regionale en culturele verschillen en de rol van bestaande waardeketenplatforms en instellingen aan de orde.
Deze onderwerpen raken aan voorwaarden die bepalen of landbouwers en nieuwkomers daadwerkelijk kunnen investeren in productie en innovatie. Beleidsvoornemens alleen bieden daarvoor geen garantie. De voorstellen moeten uiteindelijk aansluiten op de omstandigheden waarin producenten werken en rekening houden met de verschillen tussen groepen en regio's. Willy Duiker, die de workshop namens LVV opende en voorzitter is van de Presidentiële Agro Werkgroep, benadrukte het belang van het integreren van gender- en jongerenperspectieven in het landbouwbeleid. Ook wees hij op de noodzaak om de aanbevelingen te verbinden met bredere nationale beleidsprocessen, waaronder het Nationaal Agrarisch Masterplan. De technische leiding van de bijeenkomst was in handen van Johannes Voordouw, landbouwbeleidsspecialist van de FAO. Het GCAF-team in Suriname ondersteunde de werkzaamheden onder coördinatie van Prithvi Jairam, de nationale projectcoördinator.
De beleidsconsultatie vond plaats binnen het regionale project Gender-responsive Climate-smart Agriculture and Food Systems in the Caribbean (GCAF). Dit programma wordt uitgevoerd in acht Caribische landen en gefinancierd door de Canadese regering via Global Affairs Canada. De zes aanbevelingen zijn tijdens de bijeenkomst besproken en aangescherpt, maar de aangeleverde informatie vermeldt niet welke voorstellen definitief zijn vastgesteld, welke maatregelen prioriteit krijgen of wanneer uitvoering wordt verwacht. De verzamelde inbreng wordt verwerkt in de verdere uitwerking van de Suriname Agriculture Policy Review. Daarnaast willen de FAO en LVV de resultaten gebruiken in gesprekken met de Surinaamse regering over mogelijke beleidsmaatregelen en ondersteuning. De uitdaging ligt daarmee niet alleen in het formuleren van beleid, maar vooral in het vertalen van de aanbevelingen naar uitvoerbare maatregelen die de toegang tot productiemiddelen verbeteren en vrouwen en jongeren daadwerkelijk meer ruimte geven binnen de landbouwsector.