PARAMARIBO – De spanningen binnen het beroepsonderwijs lopen op. Een delegatie van leraren van IMEAO 3 heeft minister Dirk Currie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur formeel een ultimatum van één week gesteld,...
om hardnekkige betalingsachterstanden weg te werken. Volgens de docenten is de maat vol: sinds oktober 2025 zijn extra taakuren niet correct uitbetaald en wachten nieuwe en deeltijdse collega’s nog altijd op hun salaris
De leraren benadrukten dat zij niet namens een vakbond spraken, maar als professionals uit het veld. “Wij zijn hier gekomen als deskundigen van de schoolvloer”, klonk het bij de overhandiging van een brief aan de minister. In dat schrijven wordt melding gemaakt van structurele onregelmatigheden die volgens hen niet langer aanvaardbaar zijn.
Centraal staat het uitblijven van betalingen voor extra taakuren. Die achterstanden hebben volgens de docenten directe gevolgen voor hun bestaanszekerheid. Velen kampen met financiële druk, zien hun motivatie afnemen en voelen hun professionele inzet ondermijnd. Sommigen zouden zich inmiddels genoodzaakt zien hun werkzaamheden te beperken of aanvullende inkomsten te zoeken. “Dat schaadt niet alleen ons, maar uiteindelijk ook de studenten”, waarschuwen zij.
Daarnaast wijzen de leraren op openstaande gratificaties voor 25-, 30- en 35-jarig dienstverband, evenals toelagen voor het behalen van hogere onderwijskwalificaties. Deze vergoedingen zouden in meerdere gevallen nog niet zijn uitbetaald of blijven steken in administratieve procedures.
De kern van hun boodschap is duidelijk: structurele vertragingen in waardering ondergraven de stabiliteit binnen de school. “Elk jaar vraag ik mij af of ik nog les zal geven”, stelde een van de docenten scherp. “Wat ik ontvang is soms net genoeg om benzine te betalen”. Volgens de groep blijft een aanzienlijk deel van het lerarenkorps vooral uit betrokkenheid bij de schoolcultuur. Maar die loyaliteit kent grenzen. “Als er één schommeling komt binnen het schoolgebeuren, kan vijftig procent vertrekken”.
Minister Currie reageerde begripvol, maar wees het ultimatum van één week resoluut van de hand. Hij schetste een beeld van een ministerie dat bij zijn aantreden op 5 augustus werd geconfronteerd met een stapel achterstanden die teruggaan tot 2019. “Ik moet nog stukken tekenen van jaren geleden”, verklaarde hij. Volgens de bewindsman is het probleem dus niet recent ontstaan en kan het onmogelijk binnen een week worden opgelost.
Currie gaf aan een commissie te hebben ingesteld om alle processen binnen het ministerie in kaart te brengen. Veel procedures blijken niet goed vastgelegd, wat leidt tot vertragingen bij onder meer gratificaties en diploma-erkenningen. Ook de uitbetaling van overwerkuren verloopt volgens hem grillig. Waar in voorgaande jaren betalingen in april plaatsvonden, ontstond dit jaar onduidelijkheid door gedeeltelijke uitbetalingen in februari.
De minister erkent dat achterstanden onacceptabel zijn, maar vraagt om geduld. “Ik ga geen beloftes doen die ik niet kan waarmaken”, stelde hij. Wel deed hij de toezegging dat dossiers op zijn bureau niet langer dan één dag blijven liggen. Daarnaast riep hij de leraren op om een concrete lijst van openstaande gevallen aan te leveren, zodat deze versneld in behandeling kunnen worden genomen.
Opvallend is dat de leraren al hadden voorzien dat de minister meer tijd zou vragen. Volgens hen ligt het probleem niet uitsluitend bij het ministerie van Onderwijs, maar ook bij andere onderdelen van het overheidsapparaat, met name op financieel gebied. Hun actie moet volgens eigen zeggen juist dienen ter ondersteuning van het beleid, door extra druk te zetten op een snellere afhandeling van de achterstanden.