PARAMARIBO – Het Ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) kan niet zelfstandig optreden tegen mogelijke overtredingen bij het gebruik van pesticiden in de groenteteelt.

Verouderde wetgeving beperkt de bevoegdheden van het ministerie, terwijl ook het aangekondigde residulaboratorium nog niet operationeel is. Juist nu er berichten zijn over mogelijke overschrijdingen van pesticideresiduen in Surinaamse groenten die naar Europa worden geëxporteerd, blijkt dat de controle op voedselveiligheid met belangrijke beperkingen kampt. Waarnemend onderdirecteur Agri Health, Romarlisa Bisphan, bevestigde donderdag dat de huidige wettelijke basis onvoldoende ruimte biedt om zelfstandig controles uit te voeren. De Bestrijdingsmiddelenwet dateert uit 1972. Sinds 2024 ligt een voorstel voor een nieuwe pesticidewet bij De Nationale Assemblée (DNA), maar die wet is nog niet aangenomen. LVV dringt erop aan dat het parlement de behandeling voortvarend oppakt. Opvallend is dat het gebouw voor het residulaboratorium al is opgeleverd, maar dat de faciliteit nog altijd niet operationeel is. Daardoor ontbreekt een belangrijke voorziening om zelf vast te stellen of groenten te hoge concentraties bestrijdingsmiddelen bevatten. Aanleiding voor de uitleg van LVV zijn mediaberichten over groenten die mogelijk in Europa zijn afgekeurd vanwege pesticideresiduen. Volgens Bisphan heeft het ministerie hierover geen officiële melding vanuit Nederland ontvangen. LVV moest de informatie eveneens via de media vernemen. In de berichten wordt melding gemaakt van carbendazim in kousenband en acetamiprid in sopropo. Carbendazim is een fungicide dat bij de teelt wordt gebruikt, terwijl acetamiprid een insecticide is. Van beide middelen zouden hoge residuwaarden zijn aangetroffen. Bisphan benadrukt echter dat nog niet vaststaat of de betrokken groenten daadwerkelijk uit Suriname afkomstig zijn. Ook andere landen exporteren vergelijkbare producten naar Nederland. Het ministerie heeft contact gezocht met betrokken instanties en probeert de precieze toedracht te achterhalen.
De functionaris wijst erop dat LVV bij de export voornamelijk toeziet op de plantgezondheid en de naleving van fytosanitaire voorschriften. Wanneer aan die voorwaarden wordt voldaan, wordt een fytosanitair certificaat afgegeven. Dat betekent echter niet dat daarmee ook iedere mogelijke overschrijding van pesticideresiduen is uitgesloten. In Nederland vinden eveneens controles plaats voordat de producten bij consumenten terechtkomen. De beperkte bevoegdheden blijken ook bij het toezicht op de handel in bestrijdingsmiddelen. Tijdens veldonderzoek bij wederverkopers trof de afdeling Bestrijdingsmiddelen verschillende illegale en vervallen pesticiden aan. LVV stelde hierover een rapport op en stuurde dit naar het Ministerie van Economische Zaken, Ondernemerschap en Technologische Innovatie (EZOTI). Vervolgens werd beslag gelegd op de betreffende producten. Volgens Bisphan mag LVV zelf geen beslag leggen op dergelijke middelen. Ook op dit terrein is het ministerie dus afhankelijk van andere overheidsinstanties om op te treden. LVV werkt ondertussen aan een residubesluit en een systeem waarmee de herkomst van producten met aangetroffen pesticideresiduen kan worden achterhaald. Dit zogenoemde tracebacksysteem moet duidelijk maken waar producten vandaan komen en waar eventuele problemen in de productieketen zijn ontstaan. Bisphan verwacht dat het residulaboratorium in de eerste helft van 2027 operationeel kan zijn. Daarnaast verzorgt LVV trainingen voor landbouwers en agrocoöperaties en bereidt het ministerie een voorlichtingscampagne over verantwoord pesticidegebruik voor. De waarnemende onderdirecteur benadrukt dat ook landbouwers verantwoordelijkheid dragen voor voedselveiligheid en zich aan de gebruiksaanwijzingen van bestrijdingsmiddelen moeten houden. Totdat de nieuwe wetgeving is aangenomen en het laboratorium daadwerkelijk functioneert, blijft de controle echter afhankelijk van beperkte wettelijke bevoegdheden en beschikbare voorzieningen. De mogelijke problemen met geëxporteerde groenten leggen daarmee een structurele zwakte bloot: Suriname wil landbouwproducten op internationale markten afzetten, maar beschikt nog niet over een volledig operationeel systeem om de veiligheid daarvan zelfstandig en sluitend te controleren.