PARAMARIBO – Mentale aandoeningen moeten in Suriname veel eerder worden herkend,...

nog vóórdat mensen in een laat stadium bij een psychiater belanden. Dat is de kern van het beleid dat minister André Misiekaba van Volksgezondheid, Welzijn en Arbeid (VWA) voorstaat. In zijn terugblik op zes maanden regering-Simons/Rusland kondigt hij aan dat mentale zorg structureel moet worden geïntegreerd in de eerstelijnszorg, met vroege signalering op scholen en in poliklinieken als speerpunt.
Volgens de minister melden veel mensen zich pas wanneer klachten zijn verergerd en intensieve psychiatrische behandeling onvermijdelijk is. Dat patroon wil hij doorbreken door de zorg dichter bij de leefomgeving van burgers te brengen. In de plannen wordt een centrale rol weggelegd voor gespecialiseerde maatschappelijk werkers, die op scholen afwijkend gedrag bij kinderen tijdig moeten herkennen. Docenten blijven belangrijk als eerste signaleerders, maar volgens Misiekaba is hun rol alleen onvoldoende. “Je hebt specialisten nodig die weten waar ze op moeten letten”, benadrukt hij. Dat kan door maatschappelijk werkers op elke school te plaatsen of hen meerdere scholen te laten bedienen.
De aanpak beperkt zich niet tot het onderwijs. Ook in ziekenhuizen en poliklinieken moeten maatschappelijk werkers fungeren als laagdrempelig aanspreekpunt voor mensen met beginnende stress- of depressieve klachten. Door vroeg in te grijpen, hoopt het ministerie te voorkomen dat deze problemen escaleren tot zware psychiatrische aandoeningen. Voor complexe gevallen blijft het Psychiatrisch Centrum Suriname (PCS) het centrale vangnet, maar juist daar knelt het systeem.
Misiekaba erkent dat het PCS onder grote druk staat. “Onze enige psychiatrische inrichting moet dringend worden versterkt”, stelt hij. De huidige capaciteit van circa zestien bedden is volgens hem ontoereikend, terwijl met beperkte aanpassingen uitbreiding tot dertig bedden mogelijk zou zijn. Daarnaast kampt het PCS met braindrain: meerdere gespecialiseerde verpleegkundigen hebben de instelling verlaten, wat de opvangcapaciteit verder ondermijnt.
Een ander zorgpunt binnen het mentale zorgbeleid is de groeiende groep dak- en thuislozen. Voor deze kwetsbare groep is de werkgroep Bureau Dak- en Thuislozen ingesteld, die inmiddels een adviesrapport heeft afgerond. Dat rapport moet binnenkort richting geven aan nieuwe maatregelen.
Toch benadrukt de minister dat beleid en instellingen slechts een deel van de oplossing vormen. De basis van mentale gezondheid ligt volgens hem in de thuissituatie. “De eerste signalen worden vaak in het gezin zichtbaar”, zegt Misiekaba. Tijdig ingrijpen begint daarom niet alleen bij scholen en zorginstellingen, maar ook bij families die durven ingrijpen voordat problemen ontsporen.