PARAMARIBO – Werknemers in Suriname hebben sinds 1 juli 2026 recht op een algemeen minimumuurloon van SRD 61,25 bruto.

De Raad van Ministers (RvM) heeft het nieuwe minimumuurloon vastgesteld op basis van een advies van de Nationale Loonraad. Het tarief geldt voor alle sectoren en is inmiddels officieel van kracht na publicatie van de beschikking van 3 juli 2026 (no. 777/26) in het Advertentieblad van de Republiek Suriname.
Met de nieuwe regeling mag geen enkele werknemer minder verdienen dan SRD 61,25 bruto per uur. Werkgevers mogen wel een hoger uurloon overeenkomen met hun werknemers. De verhoging moet bijdragen aan een betere inkomenspositie van werknemers, al blijft de vraag in hoeverre het nieuwe minimumloon voldoende bescherming biedt tegen de stijgende kosten van levensonderhoud.
De maatregel sluit aan bij de bredere doelstelling om armoede terug te dringen, een thema dat ook centraal staat in het recente Sustainable Development Goals (SDG)-rapport. Daaruit blijkt dat 2,9 procent van de bevolking leeft onder de internationale armoedegrens van USD 3 per dag, terwijl 6,3 procent moet rondkomen van minder dan USD 4,20 per dag. Beide percentages laten een verbetering zien ten opzichte van eerdere jaren.
Toch waarschuwen de onderzoekers dat armoede niet uitsluitend kan worden gemeten aan de hand van inkomen. Toegang tot goed onderwijs, gezondheidszorg, werkgelegenheid en sociale bescherming bepaalt eveneens de levenskwaliteit van burgers. Op deze terreinen kampt Suriname nog met aanzienlijke uitdagingen.
Daarnaast kunnen economische schokken, aanhoudende inflatie en een beperkte arbeidsmarkt de geboekte vooruitgang onder druk zetten. Volgens het SDG-rapport blijft een breed gedragen economische groei noodzakelijk om armoede duurzaam terug te dringen. Investeringen in onderwijs, ondernemerschap en sociale vangnetten zijn daarbij onmisbaar.
Hoewel Suriname internationaal relatief gunstig scoort op het gebied van extreme armoede, benadrukt het rapport dat het creëren van gelijke kansen, sociale inclusie en economische weerbaarheid hoog op de beleidsagenda moet blijven staan. Het nieuwe minimumuurloon vormt daarmee slechts één onderdeel van een bredere aanpak om de bestaanszekerheid van burgers te versterken.