
PARAMARIBO – Minister Miquella Huur van Regionale Ontwikkeling heeft fel gereageerd op uitspraken van vakvereniging Algemene Bond van personeel van Regionale Ontwikkeling (ABPRO),...

die stelt dat er geen sprake zou zijn van een werkgroep of overlegstructuur, om de knelpunten op het ministerie aan te pakken. Volgens de minister is die bewering onjuist en wordt er al geruime tijd intensief gewerkt aan het afhandelen van achterstallige personeelszaken, ondanks moeilijke werkomstandigheden.
Huur gaf aan dat er sinds het uitbreken van de eerste acties van ABPRO meerdere gesprekken zijn gevoerd met de bondsleiding. Tijdens die gesprekken is expliciet afgesproken dat er een overlegorgaan binnen het ministerie zou worden ingesteld. “Dat overlegorgaan is ook daadwerkelijk samengesteld en functioneert”, benadrukte de minister. In dit orgaan zitten onder andere Romeo Ravenberg, en andere bondsleden samen met stafleden van het ministerie.
Volgens Huur is het overlegorgaan inmiddels meerdere keren bijeengekomen en zijn er concrete besluiten genomen. “Als er nu wordt beweerd dat er geen overlegorgaan bestaat, dan vind ik dat op zijn minst vreemd”, aldus de bewindsvrouw. Daarnaast is er volgens haar een aparte werkgroep ingesteld vanuit de afdeling Personeelszaken (PZ), die zich specifiek bezighoudt met het opmaken en afhandelen van personeelsstukken van bondsleden.
De minister wees erop dat het ministerie kampt met ernstige ruimtelijke beperkingen. “We zitten letterlijk op elkaar”, zei zij over de situatie bij PZ. Desondanks hebben medewerkers volgens haar doorgewerkt om dossiers af te handelen. Dat de bond toch de acties heeft verscherpt, kwam voor haar als een verrassing. “We waren nog in gesprek en naar mijn gevoel op goede voet. Daarom schrok ik ervan dat de acties werden opgevoerd”.
Tijdens een recent overleg met stafleden en het overlegorgaan heeft ABPRO aangegeven meer zichtbare resultaten te willen boeken. Hoewel er volgens Huur al vooruitgang is geboekt, vindt de bond het tempo onvoldoende en heeft hij op basis daarvan besloten de acties te verscherpen, om extra druk te leggen op het ministerie.
De minister gaf ook inzicht in de stand van zaken rond personeelsdossiers. Van de 69 missives die moesten worden afgehandeld, zijn er inmiddels 44 afgerond door de nieuwe werkgroep. “Er blijft dus nog werk over, maar er wordt voortgang geboekt”, stelde zij. Naast deze dossiers zijn er ook achterstallige personeelsstukken die in de komende periode zullen worden aangepakt.
Wat betreft financiële aanspraken zoals gratificaties, gaf Huur aan dat in december al een groot deel van de functionarissen is uitbetaald. Wel zijn er nog openstaande jubileumuitkeringen. “Ook die zullen we in de komende periode oppakken en afhandelen”, verzekerde zij.
De minister temperde tegelijkertijd de verwachtingen. Problemen die zich in zes jaar hebben opgebouwd, kunnen volgens haar niet in enkele weken worden opgelost. “Als mensen verwachten dat alles binnen één week geregeld is, dan is dat niet realistisch”, zei Huur. Zij benadrukte dat het ministerie wel degelijk werkt aan oplossingen en riep op tot voortzetting van het overleg. “Alleen via dialoog en realistische verwachtingen kunnen we hier samen uitkomen”.

