BRIDGETOWN – Een formeel Brits excuus voor de trans-Atlantische slavenhandel, investeringen in onderwijs en gezondheidszorg en eerlijkere schuldvoorwaarden voor...

kwetsbare landen moeten onderdeel worden van de gesprekken over herstelrecht. De Barbadiaanse premier, Mia Mottley, verwelkomt de bereidheid van de Britse premier Andy Burnham om de dialoog over slavernij en herstelbetalingen te openen, maar benadrukt dat de gesprekken moeten leiden tot concrete resultaten voor het Caribisch gebied. Mottley stelt in een verklaring dat Barbados bereid is als Caricom-lidstaat in goed vertrouwen aan het overleg deel te nemen. Zij noemt de erkenning van de slavenhandel als een wrede en barbaarse schending van mensenrechten door Burnham en diens openheid voor een formeel excuus, belangrijke stappen. Tegelijkertijd maakt zij duidelijk dat er nog verschil van inzicht bestaat over herstelbetalingen. Dat mag echter volgens haar vooruitgang op andere terreinen niet blokkeren.
De premier wijst op de historische verantwoordelijkheid van Groot-Brittannië. In 1661 werd onder Engels koloniaal gezag in Barbados de eerste uitgebreide slavencode van de Engelstalige wereld aangenomen. Die wetgeving verklaarde Afrikaanse mannen, vrouwen en kinderen tot bezit en vormde een voorbeeld voor slavencodes elders in de regio en daarbuiten. Het slavernijsysteem werd volgens Mottley niet alleen maatschappelijk, maar ook wettelijk door de staat georganiseerd en afgedwongen.
Naast excuses noemt zij de bestrijding van anti-Afrikaanse en anti-zwarte denkbeelden, investeringen in gezondheidszorg en onderwijs, aanpak van structurele armoede en institutionele ongelijkheid en eerlijkere schuldvoorwaarden als mogelijke terreinen waarop overeenstemming kan worden bereikt. Het Caricom Ten Point Plan moet daarbij als leidraad dienen. Ook de Afrikaanse Unie (AU) moet bij het proces worden betrokken.
De voormalige Britse premier, Keir Starmer, had in 2024 tijdens de Commonwealth-top in Samoa al met andere regeringsleiders erkend dat een betekenisvolle dialoog over herstelrecht noodzakelijk was. Volgens Mottley heeft die afspraak de weg geopend voor het huidige overleg. ‘The Repair Campaign’ vindt de Britse bereidheid tot dialoog onvoldoende, zolang een formeel excuus uitblijft. Denis O’Brien, oprichter van de beweging voor herstelrecht in het Caribisch gebied, eist dat de Britse regering onmiddellijk volledige en formele excuses aanbiedt. Hij noemt dit een belangrijke symbolische eerste stap en stelt dat de verklaring van Burnham de verwachtingen niet heeft ingelost. O’Brien waarschuwt bovendien dat de gesprekken niet mogen verzanden in schuldherstructurering. Het verlengen van schuldverplichtingen is volgens hem geen vervanging voor financiële herstelbetalingen en daadwerkelijke investeringen in de economische ontwikkeling van de regio. Daarbij moeten ook de gevolgen van slavernij en kolonialisme voor gezondheidszorg, onderwijs, structureel racisme en de klimaatcrisis worden aangepakt. Volgens O’Brien hebben de Caribische landen weinig bijgedragen aan de klimaatverandering, maar ondervinden zij daarvan wel zware gevolgen. De oproep komt aan de vooravond van de ‘Commonwealth Heads of Government Meeting’ in Antigua, waar de kwestie opnieuw aandacht zal krijgen. Zowel Mottley als ‘The Repair Campaign’ benadrukt dat de historische erkenning pas betekenis krijgt, wanneer deze wordt vertaald in duurzame economische en maatschappelijke vooruitgang voor het Caribisch gebied.