PARAMARIBO – De verdere verdieping van de relatie tussen Suriname en Nederland krijgt vorm, maar bij een belangrijk onderdeel blijven praktische obstakels bestaan. President Jennifer Simons en de Nederlandse premier Rob Jetten hebben...

donderdag in New York gesproken over de bilaterale samenwerking, waarbij onder meer de vertraagde operationalisering van 66,6 miljoen euro aan Nederlandse middelen aan de orde kwam. Tijdens het overleg stonden de bilaterale betrekkingen, het slavernijverleden, onderwijs, gezondheidszorg, economische en technische samenwerking en het personenverkeer centraal. Simons verwees naar het staatsbezoek van koning Willem-Alexander en koningin Máxima aan Suriname in december 2025 als een belangrijk moment in de relatie tussen beide landen. Volgens Simons moet de samenwerking worden voortgezet vanuit gelijkwaardigheid, wederzijds respect en gedeelde belangen. Daarbij wil Suriname verdere invulling geven aan erkenning en heling rond het slavernijverleden, met bijzondere aandacht voor inheemsen en nazaten van tot slaaf gemaakten. Een concreet financieel vraagstuk blijft echter de besteding van de door Nederland beschikbaar gestelde 66,6 miljoen euro. De helft daarvan, 33,3 miljoen euro, is bedoeld voor beleidsinterventies via het Suriname Single Donor Trust Fund, dat in samenwerking met de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank zou worden beheerd. Hoewel hierover volgens Simons constructieve gesprekken zijn gevoerd, is aanvullende afstemming noodzakelijk gebleken. Daardoor heeft de daadwerkelijke operationalisering vertraging opgelopen. Ook gezondheidszorg en onderwijs moeten profiteren van de samenwerking. Suriname wil met Nederland werken aan capaciteitsversterking in de gezondheidszorg en duurzame financiering van kortlopende opleidingen voor gezondheidswerkers. Bij het beroepsonderwijs ligt de focus onder meer op constructie, werktuigbouwkunde, landbouwtechnologie en toerisme.
Op economisch en bestuurlijk gebied werd het Makandra-programma besproken. Dit programma ondersteunt de institutionele capaciteit van overheidsorganisaties. Met Makandra 2.0, gelanceerd op 23 juli, wordt volgens Simons uitvoering gegeven aan afspraken die tijdens het staatsbezoek zijn gemaakt. Verder kwamen cultureel erfgoed, handel, investeringen, veiligheid en personenverkeer aan bod. Vooral de versoepeling van de visumprocedure blijft voor Suriname een belangrijk punt. De gesprekken moeten uiteindelijk leiden tot een samenwerking die niet alleen historisch is verankerd, maar ook concrete economische en maatschappelijke resultaten oplevert.