Times of Suriname Logo
Times of Suriname Logo

Binnenland

Noersalim wil importafhankelijkheid terugdringen met lokale landbouw

PARAMARIBO – Suriname moet minder afhankelijk worden van voedselimport en meer investeren in de eigen landbouwproductie.

Times of Suriname

Dat stelt minister Mike Noersalim van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) in zijn boodschap ter gelegenheid van Wereldvoedseldag op vrijdag 16 oktober. De bewindsman benadrukt dat het land over vruchtbare gronden en rijke waterbronnen beschikt, maar dat deze natuurlijke voordelen moeten worden omgezet in een sterker en toekomstbestendig voedselsysteem. De oproep om lokale producenten te ondersteunen en natuurlijke rijkdommen duurzaam te beheren, legt tegelijkertijd een belangrijke uitdaging bloot: voedselzekerheid vereist meer dan goede landbouwgrond. Er zijn samenhangend beleid, investeringen, opslagcapaciteit, moderne technieken en betere verbindingen tussen producenten, verwerkers en consumenten nodig.

Noersalim onderscheidt vijf pijlers voor een toekomstbestendige voedselvoorziening. De eerste is een samenhangend beleid waarin voedselzekerheid, milieuduurzaamheid en maatschappelijke weerbaarheid met elkaar worden verbonden. Daarbij moet de gehele voedselketen, van boer tot consument, beter op elkaar aansluiten.

Een tweede prioriteit is het terugdringen van de afhankelijkheid van import door de lokale productie op te voeren en opslag strategischer te organiseren. Daarmee wil de minister de positie van de eigen landbouw versterken. Ook moet voedselverspilling worden verminderd door restproducten opnieuw te benutten, bijvoorbeeld als compost of diervoeder.

Zelfvoorzienendheid betekent volgens Noersalim niet dat Suriname zich van buitenlandse markten moet afsluiten. Integendeel, hij pleit voor slimmere partnerschappen binnen het Caribisch gebied en daarbuiten, met als doelen kennisuitwisseling, eerlijke handel en bescherming van de eigen markt. De vierde pijler richt zich op investeringen in klimaatbestendige landbouwtechnieken, modern plantmateriaal en kennis. Volgens de minister kunnen die bijdragen aan hogere productie en veilige voeding. De vijfde pijler betreft de rol van de overheid, die de voorwaarden, infrastructuur en kansen moet scheppen om ondernemerschap in de agrarische sector te stimuleren.

De minister richt zich daarbij nadrukkelijk op jongeren. Hij roept hen op landbouw niet uitsluitend als traditioneel werk te beschouwen, maar als een moderne sector waarin technologie en innovatie kansen bieden.

LVV heeft in het kader van Wereldvoedseldag ook activiteiten georganiseerd om jongeren vroeg bij voedselproductie te betrekken. Leerlingen van de Pandit Soerdjpal Ramjatanschool bezochten een citruskwekerij in Tamansari. Daarnaast kregen OS Baitul Rochman en OS 2 Tamanredjo hydroponicsystemen. Ook zijn landbouwgereedschappen aan scholen overhandigd om agrarische lesactiviteiten te ondersteunen. LVV-onderdirecteur Amrish Bhaggan van Landbouw-Oost stelt dat dergelijke initiatieven bijdragen aan een gezondere samenleving en de bevordering van voedselzekerheid. Investeren in leerlingen betekent volgens hem investeren in de toekomst.

Beleidsmedewerker Eline Troenosemito benadrukt dat kinderen verschillende landbouwgewassen moeten leren kennen en ontdekken hoe zij zelf voedsel kunnen verbouwen. De leerlingen reageerden enthousiast op het bezoek aan de citruskwekerij. Sommigen planten thuis al samen met hun ouders, terwijl anderen van plan zijn het geleerde zelf toe te passen. Of de activiteiten op scholen en de beleidsvoornemens daadwerkelijk leiden tot minder voedselimport en een sterkere lokale productie, zal afhangen van de uitvoering en de continuïteit van de investeringen. De uitdaging is om de oproep tijdens Wereldvoedseldag om te zetten in concrete resultaten voor producenten en consumenten.