PARAMARIBO – Suriname dreigt opnieuw grondstoffeninkomsten te verwerven zonder daarmee voldoende duurzame bedrijvigheid en kennis op te bouwen.

Nilesh Bishesar, managing director van Qualogy Caribbean, waarschuwt dat de verwachte olieproductie het land weliswaar een economische impuls kan geven, maar dat kunstmatige intelligentie (AI) bepalend kan worden voor de vraag of die kans daadwerkelijk leidt tot langdurige welvaart. Volgens hem moet Suriname de komende jaren gebruiken om bedrijven en diensten internationaal concurrerend te maken. Bishesar sprak dinsdag bij de opening van de eerste Suriname AI Summit (SAIS), die op 27 en 28 oktober in Torarica wordt gehouden. Qualogy organiseert de bijeenkomst, die ondernemers, beleidsmakers en technologie-experts bijeenbrengt om de mogelijkheden van AI voor Suriname te bespreken.
Volgens Bishesar staan twee belangrijke ontwikkelingen op het punt de economie ingrijpend te veranderen: de verwachte groei van de olie- en gassector en de snelle opkomst van AI. Hij noemt de samenloop daarvan een zeldzame kans voor Suriname. De olie-industrie kan kapitaal en nieuwe economische activiteiten opleveren, terwijl AI bedrijven kan helpen efficiënter te werken en hun diensten internationaal aan te bieden.
De managing director wees erop dat de verwachte olieproductie bij GranMorgu, die voor 2028 is voorzien, een veelvoud kan bedragen van de huidige productie van Staatsolie. Hij noemde een productiecapaciteit van 220.000 vaten per dag, tegenover ongeveer 17.000 vaten die Staatsolie momenteel produceert. Dat verschil illustreert volgens hem de omvang van de economische verandering die Suriname te wachten staat.
Maar hogere inkomsten zijn volgens Bishesar niet automatisch een garantie voor brede welvaart. De geschiedenis van de hout- en goudsector laat volgens hem zien dat grondstoffen economische activiteit kunnen stimuleren zonder vanzelf een brede basis van kennis, ondernemerschap en duurzame werkgelegenheid te creëren. “Grondstoffen zijn een kans, geen garantie”, luidde de kern van zijn boodschap.
De verwachte groei van de olie- en gassector zal volgens Bishesar ook hogere eisen stellen aan Surinaamse leveranciers. Internationale ondernemingen verwachten dat hun partners voldoen aan normen voor veiligheid, kwaliteit, snelheid en betrouwbaarheid. Dat geldt niet alleen voor bedrijven die rechtstreeks aan de olie-industrie leveren, maar ook voor logistieke ondernemingen, havens en overheidsdiensten.
Het probleem is volgens hem dat Suriname deze uitdagingen niet eenvoudig kan oplossen door meer personeel aan te nemen. Bedrijven zullen met de beschikbare arbeidskrachten meer werk moeten verzetten, terwijl de vraag naar gekwalificeerd personeel naar verwachting toeneemt. AI kan daarbij een belangrijke rol spelen. Kleine en middelgrote ondernemingen kunnen de technologie inzetten voor analyses, offertes, veiligheidsrapportages, klantcommunicatie en deelname aan internationale aanbestedingen. Ook zelfstandige ondernemers kunnen AI gebruiken om marketingcampagnes op te zetten en klantgegevens te analyseren. Daardoor kunnen bedrijven met beperkte middelen werkzaamheden uitvoeren, waarvoor vroeger grotere afdelingen nodig waren.
Bishesar ziet bovendien een mogelijkheid om Surinaamse kenniswerkers in eigen land te behouden. Jongeren die AI-vaardigheden ontwikkelen, zouden vanuit Suriname diensten kunnen leveren aan bedrijven in binnen- en buitenland. De komende jaren zijn volgens hem cruciaal. Suriname moet voorkomen dat de nieuwe inkomsten opnieuw vooral tot afhankelijkheid van grondstoffen leiden. Financiële dienstverlening, toerisme, landbouw, gezondheidszorg, onderwijs en logistiek kunnen eveneens profiteren van AI. De uitdaging is volgens Bishesar om niet alleen technologie aan te schaffen, maar ook de manier waarop organisaties werken te veranderen. Bedrijven en overheid moeten daarom nu investeren in kennis, processen en samenwerking. Zijn boodschap aan het bedrijfsleven is duidelijk: Suriname mag zich niet langer verschuilen achter zijn kleine markt of beperkte schaal. Juist doordat het land relatief klein is, kunnen organisaties sneller besluiten nemen en veranderingen doorvoeren. “De olie kan het momentum leveren”, stelt Bishesar, “maar AI moet helpen om dat moment om te zetten in een economie die ook na het opraken van de grondstoffen kan blijven groeien.”