PARAMARIBO – De Surinaamse overheid kampt met omvangrijke betalingsachterstanden die in veel gevallen al jaren teruggaan. Minister van Financiën en Planning, Adelien Wijnerman, stelt dat deze historische schulden een van de grootste obstakels vormen voor financieel herstel.

Bij haar aantreden trof de minister een overheid aan met openstaande verplichtingen aan leveranciers, dienstverleners en ondernemers. Het gaat om bedrijven en personen die goederen leveren of diensten verrichten, maar nooit of slechts gedeeltelijk werden betaald. Deze achterstanden zijn inmiddels opgelopen tot een structureel probleem.
Volgens Wijnerman is het wegwerken van deze schulden complex, omdat ze geen onderdeel vormen van de reguliere maandelijkse begroting. Ze concurreren met actuele verplichtingen zoals salarissen en sociale uitgaven, terwijl de beschikbare middelen beperkt zijn.
Daarbij komt dat veel van deze vorderingen juridisch zijn vastgelegd. Er bestaan vonnissen en beslagleggingen op overheidsgoederen, wat de financiële bewegingsruimte verder verkleint. De overheid kan deze claims niet negeren en wordt geconfronteerd met juridische en financiële consequenties.
De minister geeft aan dat het ministerie is begonnen met het systematisch in kaart brengen en aanpakken van deze achterstanden. Dat gebeurt echter stap voor stap, afhankelijk van beschikbare middelen en prioriteiten. Een snelle oplossing is niet mogelijk.
Het probleem wordt verergerd doordat betalingsachterstanden het vertrouwen in de overheid aantasten. Ondernemers worden terughoudend om zaken te doen met de staat, wat de economische dynamiek afremt. Wijnerman erkent dit risico en noemt herstel van vertrouwen essentieel voor toekomstige groei.
Hoewel er gesprekken lopen met financiële partners en betrokken partijen, benadrukt de minister dat transparantie en realisme noodzakelijk zijn. “We kunnen niet alles tegelijk oplossen,” stelt zij. “Maar we moeten wel beginnen”. De betalingsachterstanden vormen daarmee niet alleen een financieel, maar ook een structureel bestuurs vraagstuk dat nog geruime tijd de agenda van het ministerie zal domineren.