PARAMARIBO – De Palmentuin in Paramaribo zal naar verwachting in februari 2027 opnieuw toegankelijk zijn voor het publiek. De historische tuin is sinds 1 september 2026...

tijdelijk gesloten vanwege een grondige rehabilitatie- en verfraaiingsbeurt. De werkzaamheden, die zes maanden zullen duren, moeten de tuin herstellen en weer aantrekkelijk maken voor bezoekers. Dit zegt directeur Xiomara Simons van het Directoraat Cultuur. Volgens Simons was de renovatie noodzakelijk om de Palmentuin in ere te herstellen. “De Palmentuin had al veel eerder aangepakt moeten worden. De samenleving heeft er aandacht voor gevraagd en het was noodzakelijk om te kijken hoe we de tuin konden rehabiliteren en weer toegankelijk konden maken”, aldus de functionaris. De werkzaamheden omvatten onder meer verbeteringen aan het ontwateringssysteem en de verlichting. Ook worden de zitbanken en wandelpaden hersteld, met daarnaast aandacht voor de veiligheid en toegankelijkheid van de tuin.
De palmbomen zijn eerder onderzocht door een team van de International Council on Monuments and Sites. Daarbij zijn gezonde bomen behouden, terwijl dode bomen zijn verwijderd. De rehabilitatie wordt uitgevoerd binnen het Paramaribo Urban Rehabilitation Program (PURP I), een werkarm van het Directoraat Cultuur. Het project wordt gefinancierd uit een lening van de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank. De start van de werkzaamheden werd uitgesteld vanwege activiteiten rond onder meer Heritage Month, de Dag der Inheemsen en de Javaanse Immigratie. Bij de uitvoering wordt rekening gehouden met het historische karakter van de locatie. Een in 2024 opgesteld en goedgekeurd management- en beheersplan vormt daarbij een belangrijk uitgangspunt, in lijn met de richtlijnen van UNESCO. Na de heropening blijft de Palmentuin beschikbaar voor sociale, culturele en toeristische activiteiten, met duidelijke regels. Simons benadrukt dat duurzaam behoud een gezamenlijke taak is van de overheid en de samenleving. “We moeten er samen voor zorgen dat de tuin behouden blijft voor toekomstige generaties.”