PERU – De overheid in Peru moet smartengeld betalen aan nabestaanden van een vrouw die in 1997 overleed als gevolg van het gedwongen sterilisatieprogramma van dat land. Dat oordeelt het Latijns-Amerikaanse hof voor mensenrechten in een historische uitspraak.

Onder de regering van oud-president Alberto Fujimori gold in Peru in de jaren negentig een gedwongen sterilisatieprogramma. Met name arme en inheemse vrouwen in het Latijns-Amerikaanse land werden slachtoffer van dit beleid. Celia Ramos was 34 jaar oud toen ze gedwongen werd opgenomen in een medische instelling van de staat. Daar werden haar eileiders gedwongen doorgeknipt om haar te steriliseren.
De operatie werd op onverantwoorde manier uitgevoerd en Ramos liep een ernstige allergische reactie op tijdens de ingreep. Het duurde een half uur voordat ze naar de intensive care werd overgeplaatst. Daar verbleef ze negentien dagen, totdat ze op 22 juli 1997 overleed. Ramos liet drie dochters achter.
De overheid hield een officiële autopsie tegen en liet het na om de familie van Ramos over haar doodsoorzaak in te lichten. Het Latijns-Amerikaanse hof voor mensenrechten oordeelde donderdag dat de Peruaanse overheid daarom omgerekend ruim 290.000 euro aan smartengeld aan de nabestaanden van Ramos moet betalen.
Daarmee moet de overheid de familie compenseren voor de medische kosten van de pogingen om het leven van de vrouw in 1997 te redden. Ook worden de nabestaanden gecompenseerd voor het inkomen dat met de dood van Ramos was misgelopen. Het Peruaanse ministerie van Justitie wilde vrijdag niet op vragen van persbureau AP ingaan.
Fujimori werd in 2009 veroordeeld tot 7,5 jaar cel voor wandaden die hij tijdens zijn presidentschap had gepleegd. Voor het gedwongen sterilisatieprogramma is hij nooit veroordeeld. Een strafzaak hiernaar werd gestopt toen hij in de zomer van 2024 overleed. Justitie in Peru heeft nu de focus verschoven naar andere regeringsleden uit die tijd, waaronder voormalige ministers van Volksgezondheid. (NU.nl)