PARAMARIBO – Met veel ambitie, maar ook duidelijke kanttekeningen over de uitvoering, is woensdag het pre-pilotproject schoolvoeding...

gelanceerd op de G.V. Callenderschool te Geyersvlijt. In aanwezigheid van president Jennifer Simons, minister Dirk Currie van Onderwijs, Wetenschappen en Cultuur en minister Lalinie Gopal van Sport en Jeugdzaken, werd de eerste stap gezet naar een nationaal voedingsprogramma voor scholieren.
Het pre-pilotproject moet dienen als testfase voor een ambitieus plan: alle schoolgaande kinderen in Suriname voorzien van een maaltijd. Volgens Simons is zorgvuldige voorbereiding essentieel. “Als je dingen goed wil doen, dan moet je ze eerst goed uittesten”, stelde het staatshoofd. Voorlopig ligt de nadruk op kinderen die daadwerkelijk met honger naar school komen: een impliciete erkenning van de sociale realiteit waarin een deel van de leerlingen verkeert.
Toch roept de gefaseerde aanpak ook vragen op. Pas in het komende schooljaar zal een bredere pilotfase starten, waarna evaluatie moet uitwijzen wat werkt en wat niet. Daarna volgt eventuele opschaling. Daarmee lijkt snelle landelijke invoering voorlopig nog ver weg.
Opvallend is de nadruk op lokale productie. Minstens 70 procent van de voeding zal bestaan uit Surinaamse producten. Volgens projectcoördinator Tania Liew-A-Soe is dat een bewuste keuze om niet alleen kinderen te voeden, maar ook de lokale economie te stimuleren. “Vanaf de primaire productie tot het eindproduct profiteren Surinamers”, gaf zij aan. Het programma wordt daarmee ook gepositioneerd als economische hefboom voor landbouwers en veeteelthouders, die volgens de president uiteindelijk een sleutelrol moeten spelen in de bevoorrading.
Minister Currie plaatste het project in een bredere context van onderwijs en ontwikkeling. Hij benadrukte dat voeding slechts één onderdeel is. “Gezonde kinderen vragen ook om beweging”, stelde hij, waarmee hij pleitte voor meer fysieke activiteit binnen het onderwijsproces. Zijn collega Gopal ging nog een stap verder door te stellen dat voeding een fundamentele voorwaarde is voor gelijke kansen. “Zonder deze basis kunnen wij niet spreken over eerlijke onderwijskansen”, zei zij scherp.
Volgens Gopal is het project dan ook meer dan een sociale maatregel. Het is een investering in menselijk kapitaal. Kinderen die goed gevoed zijn, presteren beter, zijn gemotiveerder en ontwikkelen zich evenwichtiger.
Hoewel de intenties breed worden gedragen, zal het succes van het programma afhangen van de praktische uitvoering. Distributie, continuïteit van aanvoer en financiering blijven cruciale uitdagingen. De komende pilotfase zal moeten uitwijzen of de ambitieuze plannen van de regering standhouden in de praktijk , of stranden in de bekende uitvoeringsproblemen.