PARAMARIBO – De Surinaamsche Waterleiding Maatschappij (SWM) staat voor een omvangrijke investeringsopgave om de drinkwatervoorziening op...

lange termijn veilig te stellen. De huidige productiecapaciteit van ongeveer 5.800 kubieke meter per uur ligt ruim 5.200 kubieke meter onder de capaciteit die volgens het bedrijf nodig is om landelijk optimaal te kunnen functioneren. Daarmee moet de productiecapaciteit uiteindelijk bijna verdubbelen. Dat kwam maandag naar voren tijdens een werkbezoek van de Stichting Planbureau Suriname (SPS) aan de SWM. De delegatie, onder leiding van waarnemend directeur Jennifer Lont, sprak met SWM-directeur Clifton Lienga over de actuele knelpunten, noodzakelijke investeringen en de plannen van het waterbedrijf. De informatie wordt gebruikt als input voor het Meerjaren Ontwikkelingsplan van Suriname (MOP).
Volgens Lienga zijn forse investeringen nodig in productie, transport en distributie. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar uitbreiding, maar ook naar modernisering van bestaande installaties en infrastructuur. Een deel van de problemen vindt zijn oorsprong in investeringsplannen die al jaren geleden zijn opgesteld. In het Ontwikkelingsplan 2017–2021 waren verschillende projecten opgenomen, waarbij financiering onder meer was voorzien van de Caribische Ontwikkelingsbank (CDB), de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB) en de Agence Française de Développement (AFD).
De uitvoering liep echter vertraging op. De COVID-19-pandemie en sterk gestegen kosten maakten het noodzakelijk om oorspronkelijke plannen aan te passen. Daardoor zijn niet alle geplande investeringen volgens de oorspronkelijke planning gerealiseerd. Momenteel wordt onder meer gewerkt aan het Water Supply Modernization Program van de IDB. Daarbij staat de uitbreiding van het productiestation te Helena Christina centraal. Ook het door de AFD gefinancierde Water Supply Infrastructure Improvement Project, dat gericht is op verbetering van de voorzieningen in Groot-Paramaribo en Moengo, is na een onderbreking tussen 2020 en 2023 in 2025 hervat.
Naast de capaciteitsproblemen kampt de SWM met structurele financiële en technische knelpunten. De watertarieven liggen al geruime tijd onder de kostprijs, terwijl een groot deel van de infrastructuur verouderd is. Het gebrek aan structureel onderhoud heeft gevolgen voor installaties en apparatuur. Naarmate systemen verder verouderen, wordt het moeilijker om een betrouwbare en optimale drinkwatervoorziening te garanderen.
Daar komt bij dat een aanzienlijk deel van het geproduceerde water niet wordt omgezet in inkomsten. De SWM wil het zogenoemde Non-Revenue Water, dat onder meer ontstaat door lekkages, technische verliezen en waterdiefstal, terugbrengen van circa 45 naar 25 procent. Voor de aanpak van de problemen heeft de SWM in 2024 het Strategisch Plan 2024–2034 opgesteld. Daarin zijn de belangrijkste maatregelen en investeringen voor de komende jaren vastgelegd.
Naast het terugdringen van waterverlies noemt het plan de vervanging van verouderde asbestcementleidingen, uitbreiding van de productiecapaciteit en verbetering van het beheer van openstaande vorderingen. De cijfers maken volgens de SWM duidelijk dat uitstel van investeringen steeds minder ruimte laat. De kloof tussen de huidige productie van 5.800 kubieke meter per uur en de benodigde 11.000 kubieke meter is aanzienlijk. Zonder uitbreiding van de productiecapaciteit én vernieuwing van het distributienetwerk blijft de continuïteit van de drinkwatervoorziening onder druk staan. Het werkbezoek van het Planbureau brengt deze problemen rechtstreeks onder de aandacht bij de instantie die de nationale ontwikkelingsplanning voorbereidt. De uitdaging voor het MOP wordt daarmee niet alleen het opnemen van de watersector als prioriteit, maar vooral het vinden van voldoende financiering en het daadwerkelijk uitvoeren van de noodzakelijke investeringen. Voor de SWM staat inmiddels vast dat achterstallig onderhoud en onvoldoende capaciteit niet langer uitsluitend technische vraagstukken zijn. Zij raken rechtstreeks aan de beschikbaarheid en betrouwbaarheid van een basisvoorziening voor huishoudens, bedrijven en de verdere economische ontwikkeling van Suriname.