Times of Suriname Logo
Times of Suriname Logo

Binnenland

Rechter wijst vorderingen in zaak Jap A Joe versus RvC af

PARAMARIBO – De kantonrechter heeft maandag de vorderingen van Wendy Jap A Joe tot rectificatie geweigerd en haar veroordeeld in de proceskosten.

Times of Suriname

Het betrof een rechtszaak aangespannen door de voormalige directeur van de Telecommunicatie Autoriteit Suriname (TAS) Jap A Joe tegen een zestal leden van de Raad van Commissarissen (RvC) van de TAS, waarbij de directeur van mening was dat haar goede naam en eer zou zijn aangetast, doordat er in de media leugenachtige uitlatingen waren gedaan door de RvC-leden.

Volgens de directeur hebben de RvC-leden hiermee onrechtmatig jegens haar gehandeld. De kantonrechter heeft geoordeeld dat de verschenen publicaties in de media een uitvloeisel zijn van een online gepubliceerde brief van 17 juni 2026, waarbij de RvC-leden aan de president vroegen om de schorsing of ontslag van de directeur wegens in de brief vermelde gronden. Het is volgens de kantonrechter niet gebleken dat de brief door de RvC-leden is doorgeleid naar de media ter publicatie, of dat de gepubliceerde artikelen door de RvC-leden zijn geschreven. Daardoor is vooralsnog niet aannemelijk dat de RvC-leden onrechtmatig jegens de directeur hebben gehandeld. Tevens heeft de kantonrechter geoordeeld dat er tussen partijen een bestuursconflict bestaat waardoor het functioneren van de TAS wordt belemmerd. De directeur vorderde dat de RvC-leden een rectificatie plaatsen in de verschillende kranten en ook op de online nieuwssites Starnieuws en De Snelle Pen, op straffe van een dwangsom van SRD 100.000,-. Ook vorderde zij dat aan de RvC-leden een verbod wordt opgelegd om zich publiekelijk uit te laten over haar functioneren als directeur van TAS, op straffe van een dwangsom van SRD 100.000,-. Verder vorderde de directeur dat zij wordt gemachtigd om de rectificatie zelf te publiceren op kosten van de RvC-leden, indien zij hiermee in gebreke blijven. Tevens vroeg zij veroordeling tot betaling van een voorschot op geleden immateriële schade en veroordeling tot betaling van de advocaat- en proceskosten. De RvC-leden voerden tijdens het verweer aan dat de directeur niet-ontvankelijk moet worden verklaard en dat de vorderingen moeten worden geweigerd. Volgens de RvC-leden is de eer en goede naam van de directeur niet aangetast. De onderwerpen die zijn besproken betreffen volgens hen slechts haar functioneren als directeur en niet haar privéleven. Ook heeft de directeur volgens hen de verkeerde procesconstructie gekozen, door de leden in privé te dagvaarden. Tevens heeft zij verzuimd om te concreet te vermelden welke uitlatingen door welke RvC leden zouden zijn gedaan en kan de journalistieke berichtgeving niet aan hen worden toegerekend, omdat journalisten dat zelf bepalen. Het spreekverbod is volgens de leden niet gerechtvaardigd en zou toewijzing daarvan betekenen dat RvC-leden hun toezichtstaak niet meer behoorlijk kunnen uitoefenen. Volgens de leden mist ook de gevorderde immateriële schadevergoeding grondslag.