
PARAMARIBO – In de Sint-Petrus-en-Pauluskathedraal is vrijdag een emotioneel beladen rouwdienst gehouden voor de slachtoffers van het gruwelijke familiedrama in het district Commewijne.

In een goedbezochte kathedraal kwamen nabestaanden, hoogwaardigheidsbekleders, diplomaten, religieuze leiders en burgers samen om gezamenlijk te rouwen om negen mensen die door extreem geweld om het leven zijn gekomen. Het werd een dienst die niet alleen in het teken stond van afscheid, maar ook van bezinning, verbondenheid en een indringende oproep tot waakzaamheid tegen huiselijk geweld.
De dienst begon in een stille, ingetogen sfeer. In de openingswoorden werd stilgestaan bij de fundamentele vraag die deze tragedie bij velen oproept: waarom? “De mens is de enige die zich afvraagt naar de zin van zijn bestaan”, zei bisschop Karel Choennie bij aanvang van de rouwdienst. Juist wanneer de dood zo plotseling en gewelddadig toeslaat, wordt die vraag volgens hem schrijnend. Het gevoel dat niet alleen levens, maar ook bestaanszekerheid en vertrouwen zijn weggerukt, hing tastbaar in de ruimte.
Tijdens een aangrijpend moment werden kaarsen aangestoken voor elk slachtoffer, als symbool van licht en hoop te midden van de duisternis. De namen van de slachtoffers werden één voor één genoemd: Anchenny Aroma, Xavier Aroma, Ro-Denxio Aroma, Dean Aroma, Edith Brammerloo, Rinia Sedoc-Peroti, Jevion Schattevo, Louise Carmen Wijntijn en Guno Moreno Oron. Ook werd gebeden voor het jongetje Amor Jayden Bhola, dat rond de jaarwisseling om het leven kwam. Elke uitgesproken naam werd gevolgd door stilte, tranen en zichtbaar verdriet in de kerkbanken.
De kernboodschap van de dienst was dat geweld nooit te aanvaarden is en dat de samenleving het kwaad niet moet proberen te verklaren of te bagatelliseren. “Het kwaad is een mysterie,” werd benadrukt. “We zullen het nooit volledig begrijpen.” Dat zelfs de dader uiteindelijk voor de dood koos, vergrootte het onbegrip en de pijn. Toch werd opgeroepen ook voor hem te bidden, zonder zijn daden te rechtvaardigen. Niet verklaren, maar samen dragen, was de centrale oproep.
De voorgangers onderstreepten dat rouw geen individuele last mag zijn. Alleen als familie, als gemeenschap en als volk kan dit verdriet worden gedragen. Het evangelie werd aangehaald om juist de gebrokenen en beladenen aan te spreken: mensen zonder antwoorden, zonder houvast. Geen gemakkelijke verklaringen werden beloofd, wel rust voor de ziel en erkenning dat pijn en vragen er mogen zijn.
Bijzonder was de interreligieuze invulling van de dienst. Naast christelijke geestelijken nam ook een vertegenwoordiger van de Surinaamse Islamitische Vereniging het woord. Hij verwees naar de Koran, waarin beproevingen worden beschreven als onderdeel van het leven. Geduld en gebed werden aangereikt als ‘medicijn’ voor de geestelijke wond die deze tragedie heeft geslagen. Namens de islamitische gemeenschap werden condoleances uitgesproken aan de nabestaanden en de samenleving als geheel.
Een krachtig moment volgde tijdens de voorbeden, waarin expliciet werd stilgestaan bij huiselijk geweld. Er werd gebeden voor kinderen die leven in onveiligheid, achter gesloten deuren waar geweld, misbruik en verwaarlozing plaatsvinden. Tegelijk klonk een oproep aan kerken, gemeenschappen en leiders om niet weg te kijken, maar signalen serieus te nemen en tijdig in te grijpen. “Zwijgen houdt pijn in stand”, werd gesteld.
De rouwdienst eindigde met een duidelijke maatschappelijke boodschap: deze tragedie moet een wake-upcall zijn. Meer aandacht voor elkaar, meer dialoog, meer waakzaamheid en meer zorg voor gezinnen en buurten zijn noodzakelijk. Alleen door verbondenheid kan de samenleving langzaam weer opstaan uit de puinhoop van het onbegrijpelijke.

