PARAMARIBO - De overheid heeft haar schuld aan enkele van de grootste bouwbedrijven met ruim 75 procent zien oplopen met de binnenlandse schuldherschikking,...

die juist financiële verlichting moest brengen. Dat blijkt uit de publicatie Proces van Herschikking van de Staatsschuld van Suriname 2020-2025 van het Bureau voor de Staatsschuld.
Het gaat om bedrijven als Kuldipsingh Infra NV, Aannemingsbedrijf Pahlad Suriname NV, Nationaal Uitvoerings Bedrijf (NUB) NV, Tjongalanga NV en Baitali NV. Hun gezamenlijke uitstaande vorderingen op de Staat voor “design-build-finance”-projecten stegen van SRD 2,4 miljard eind 2021 naar SRD 4,1 miljard in 2023. De waardedaling van de Surinaamse dollar is een van de belangrijke oorzaken, maar feit blijft dat de financiële verplichtingen richting deze bedrijven ongekend hard zijn toegenomen.
De herschikking van december 2021 bepaalde dat aannemers een deel van hun projecten zelf zouden voorfinancieren, doorgaans tegen 5 procent rente, met terugbetaling na oplevering. Er werd afgesproken dat 0 tot 35 procent van de maandproductie direct zou worden betaald, en de rente werd met 1,5 procent verlaagd. In de praktijk bleken deze afspraken vooral uitstel van betaling, geen oplossing: de achterstanden en de rente bleven zich opstapelen.
In 2024 nam de Finabank een deel van de schuld van één aannemer over, wat een tijdelijke daling van 30 procent in dit schuldsegment opleverde. Toch blijven structurele betalingsachterstanden bestaan, variërend van te late betalingen tot ‘technische’ vertragingen. De oorzaak is de structureel onvoldoende inkomsten om verplichtingen tijdig na te komen.