PARAMARIBO – Na een periode van afkoeling laait de inflatie in Suriname opnieuw op.

Waar de consumentenprijzen tussen begin 2024 en maart 2025 scherp daalden – van 29 procent naar 5,7 procent – is sinds het tweede kwartaal van dit jaar een nieuwe stijging zichtbaar. In juni 2025 kwam de jaarinflatie uit op circa 8 procent, met een maandinflatie van 2 procent. Dit meldt het Suriname Economic Oversight Board (SEOB) in zijn meest recente bulletin.
Volgens het SEOB is de verslechtering vooral toe te schrijven aan een zwakkere Surinaamse dollar (SRD). De hogere wisselkoers maakt importproducten duurder en drijft ook huishuur, die vaak in vreemde valuta is vastgesteld, verder op. Voor gezinnen en bedrijven betekent dit een nieuwe uitholling van de koopkracht.
De monetaire ontwikkelingen versterken deze trend. De basisgeldhoeveelheid groeide in mei met 8,4 procent en lag ruim 32 procent boven de gestelde monetaire ontwikkelingstarget. Dit kwam onder meer door de afname van de Open Markt Operaties (OMO’s) voorraad en hogere netto-uitgaven van de overheid. Ook de brede geldhoeveelheid nam met 5,5 procent toe. Deze sterke groei vergroot het risico op verdere inflatie en wisselkoersinstabiliteit.
Een lichtpunt is dat de internationale reserves in juni 2025 op USD 1,55 miljard stonden, goed voor 7,5 maand importdekking. Toch waarschuwt SEOB voor waakzaamheid, aangezien de reserves de afgelopen maanden licht zijn gedaald.
De financiële positie van de Staat blijft problematisch. In 2024 bedroeg het begrotingstekort circa 2,6 procent van het bbp. Hoewel de primaire rekening in april 2025 positief was, liep het totale tekort alsnog op tot rond SRD 400 miljoen. SEOB verwacht dat de tekorten zich ook in de rest van het tweede kwartaal hebben voortgezet, mede door extra verkiezingsuitgaven. Zonder ingrepen om de inkomstenbasis te versterken, dreigt de overheid structureel krap bij kas te blijven zitten. De staatsschuld vormt daarbij een grote zorg. Door wisselkoerseffecten liep de schuldquote in mei 2025 op tot circa 109 procent van het bbp volgens de wettelijke definitie. Internationaal gehanteerde berekeningen zetten de ratio op 85 procent, maar ook dit wijst op een zware schuldenlast.
Volgens SEOB zal de begroting tot minstens 2028 onder druk blijven. Nieuwe leningen lijken onvermijdelijk. Alleen door actief schuldbeheer en strenger begrotingsbeleid kan de overheid de rentelasten en risico’s beheersbaar houden en de financiële stabiliteit op langere termijn veiligstellen.