De oorlog in het Midden-Oosten brengt sommige deelnemers aan de Paralympische Spelen in Italië in de problemen.

Door de sluiting van het luchtruim boven verschillende landen ondervinden ze hinder bij de reis naar de Paralympische Spelen in Italië. Dat laat het Internationaal Paralympisch Comité (IPC) weten in een verklaring. “We willen niet ingaan op de status van individuele delegaties”, schrijft het IPC. De openingsceremonie van de Paralympische Spelen is vrijdagavond in Verona. De Nederlandse sporters hebben vooralsnog geen problemen om af te reizen naar Italië. Voor Nederland doen acht sporters mee. Vijf skiërs (Jeroen Kampschreur, Claire Petit, Niels de Langen, Barbara van Bergen en Thijn Speksnijder) en drie snowboarders (Chris Vos, Lisa Vos-Bunschoten en Dean van Kooij). De organisatie heeft contact met alle deelnemende delegaties om problemen op te lossen. De sluiting van het luchtruim is vooral vervelend voor sporters uit Azië en Oceanië. Maar, zegt het IPC, “veel van de teams zijn al in Europa op trainingskamp”. Aan de Paralympische Spelen in Milaan doet één sporter uit Iran mee, een para-langlaufer. De Israëlische delegatie bestaat uit een para-alpineskiester. Verder zijn er geen deelnemers uit landen waar het luchtruim gesloten is. De oorlog in Iran en de vergeldingsaanvallen van de Iraniërs op omliggende landen zorgt in de sportwereld voor problemen. Zo worden wedstrijden afgelast, staan andere evenementen op de tocht en hebben diverse sporters problemen met reizen. (NOS)