PARAMARIBO – De invoering van een derde rechterlijke instantie en cassatierechtspraak kan een ingrijpende verandering betekenen voor het Surinaamse rechtssysteem.

De Surinaamse Orde van Advocaten (SOVA) verwelkomt de mogelijkheid om de rechtspraak verder te moderniseren, maar plaatst vraagtekens bij enkele voorgestelde voorwaarden en waarschuwt voor rechtsonzekerheid tijdens de overgang.
De grootste aandacht van de orde gaat uit naar de eisen die zullen gelden voor rechters van de nieuwe derde instantie. Volgens de SOVA moet de hoogste rechterlijke instantie beschikken over voldoende juridische deskundigheid, rechterlijke ervaring en onafhankelijkheid. Juist daarom roepen voorstellen om bestaande ervaringseisen voor benoeming te laten vervallen of te verminderen vragen op.
De hoogste rechter krijgt volgens de orde een bijzondere verantwoordelijkheid. Die instantie zal niet alleen individuele zaken behandelen, maar ook richting geven aan de ontwikkeling van het recht, de rechtseenheid en de rechtszekerheid. Een gebrek aan ervaring of deskundigheid op dat niveau kan daarom gevolgen hebben die verder reiken dan één rechtszaak.De overgang naar cassatierechtspraak brengt daarnaast praktische juridische problemen met zich mee. Rechtzoekenden en advocaten moeten volgens de SOVA exact weten welke rechtsmiddelen beschikbaar zijn, welke termijnen gelden en welke procedures onder het nieuwe stelsel vallen. Vooral lopende zaken kunnen een knelpunt vormen. De orde vindt dat vooraf duidelijk moet worden vastgelegd hoe procedures die vóór de invoering van de nieuwe regelgeving zijn gestart, worden behandeld. Zonder heldere overgangsregelingen dreigt volgens haar rechtsonzekerheid en kunnen burgers rechtstreeks worden geraakt in hun rechtspositie.
De SOVA heeft zich eerder al uitgesproken over modernisering van de rechterlijke organisatie, onder meer tijdens een congres over de toekomst van de rechterlijke macht. De orde ziet de huidige voorstellen dan ook niet als een losstaand initiatief, maar als onderdeel van een bredere hervorming.
Daarbij kiest de advocatuur niet voor een afwijzing van modernisering. De SOVA erkent dat cassatierechtspraak en een versterking van de kwaliteit en efficiëntie van de rechtspraak belangrijke ontwikkelingen kunnen zijn. De kernvraag is volgens de orde echter of de nieuwe structuur juridisch voldoende zorgvuldig wordt opgebouwd.De SOVA wil haar leden eerst consulteren voordat zij een definitief standpunt inneemt. Ook andere beroepsgroepen binnen de rechtspleging moeten volgens de orde voldoende gelegenheid krijgen om de voorstellen inhoudelijk te beoordelen. De advocatenorde pleit daarmee voor een hervorming die niet alleen nieuwe instituties creëert, maar ook zorgt voor duidelijke procedures, sterke deskundigheid en maximale rechtszekerheid. De uiteindelijke maatstaf moet volgens de SOVA een kwalitatief hoogwaardige rechtspleging zijn die burgers daadwerkelijk effectieve rechtsbescherming biedt.