
PARAMARIBO – Suriname staat volgens regionale vooruitzichten op koers om in 2026 economische prestaties boven het gemiddelde te leveren, ondanks de aanzienlijke schuldenlast en de daarmee samenhangende aflossingsverplichtingen.

De Economische Commissie voor Latijns-Amerika en het Caribisch Gebied (Eclac) voorspelt voor Suriname een economische groei van 3,4 procent, waarmee het land tot de kopgroep binnen het Caribisch Gebied en Zuid-Amerika behoort.
De door Eclac geraamde groei ligt iets lager dan de cijfers waarmee de regering rekent. In de ontwerpbegroting voor 2026 gaat het kabinet uit van een economische expansie van 3,7 procent. Volgens president Jennifer Simons zal de ingediende begroting nog eens aangepast worden om extra uitgaven mogelijk te maken. Deze wijzigingen zullen naar verwachting geen invloed hebben op de geprojecteerde groei. Die hebben voornamelijk betrekking op hogere overheidsuitgaven en aanvullende leningen bij de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB). Deze financiering zal begrotingstechnisch als inkomsten worden verwerkt.
Binnen de Caribische regio, Guyana buiten beschouwing gelaten vanwege de uitzonderlijk sterke groei uit offshore-olieproductie, wordt Suriname in 2026 alleen voorafgegaan door Antigua & Barbuda en Saint Vincent & the Grenadines. Indien wordt uitgegaan van de Surinaamse ramingen, zou Suriname zelfs beter presteren dan Saint Vincent & the Grenadines, waarvoor de Eclac een groei van 3,6 procent voorziet. Daarmee positioneert Suriname zich in 2026 als een van de economisch best presterende landen in zowel het Caribisch Gebied als Zuid-Amerika. In Zuid-Amerika zou Suriname, op basis van de Eclac-projecties, de derde hoogste economische groei realiseren, na Argentinië en Paraguay, exclusief Guyana dat onder zeer bijzondere omstandigheden de hoogste groei ter wereld neerzet.
Suriname verviel enkele jaren terug, onder het tweede kabinet-Bouterse, tot een van de zwakste economieën op het westelijk halfrond. De inflatie werd zelfs aangemerkt als een van de hoogste ter wereld.

