PARAMARIBO – De relatie tussen Suriname en de Caribbean Court of Justice (CCJ) beperkt zich al lang niet meer tot juridische theorie.

CCJ-president Winston Anderson zegt in gesprek met Times of Suriname dat er sprake is van een intensieve wisselwerking op het gebied van opleiding, kennisdeling en regionale positionering, waarin Suriname een opvallend actieve rol speelt.
Een belangrijk instrument daarbij is educatie. De CCJ investeert al jaren in bewustwording over haar rol en bevoegdheden, onder meer via trainingen voor advocaten, rechters en studenten. In november 2025 vond in Suriname nog een speciale trainingssessie plaats voor de Orde van Advocaten, gericht op de toepassing van Caricom-verdragsrechten binnen nationale rechtszaken.
Die training had een duidelijke aanleiding. Hoewel het Caricom-verdrag nationale rechters de mogelijkheid biedt om prejudiciële vragen te stellen aan de CCJ over verdragsrechten, is die route in ruim twintig jaar nauwelijks benut. Volgens Anderson wijst dat niet op gebrek aan relevantie, maar op onvoldoende bekendheid met het mechanisme.
Ook studenten worden actief betrokken. Jaarlijks nemen Surinaamse teams deel aan de prestigieuze CCJ Moot Court Competition, waarbij zij het opnemen tegen teams uit de hele regio. Suriname behoort vrijwel altijd tot de deelnemers en dit jaar sturen zelfs twee instellingen teams. De CCJ ondersteunt Surinaamse studenten bovendien financieel bij deelname aan conferenties en academische activiteiten, zoals recent in Trinidad.
Daarnaast onderhoudt het hof structurele contacten met Surinaamse instituties. Via de CCJ Academy for Law, de Caribbean Association of Judicial Officers en individuele rechters worden regelmatig trainingen en kennisuitwisselingen georganiseerd. Tijdens het recente bezoek aan Paramaribo stonden ontmoetingen gepland met rechters, beleidsmakers, de president, de oppositie en maatschappelijke organisaties.
Volgens Anderson past dit alles in een bredere strategie: de CCJ wil een “court of excellence” zijn die actief luistert naar haar stakeholders. Tegelijkertijd ziet het hof Suriname als een potentiële voortrekker binnen de regio. Anderson herinnerde eraan dat Suriname ooit als eerste Caricom-land het regionale paspoort invoerde.
Een eventuele civielrechtelijke kamer binnen de CCJ zou die leiderschapsrol opnieuw kunnen bevestigen. Niet alleen voor Suriname zelf, maar ook voor andere civielrechtelijke landen in en rond het Caribisch gebied, die hun zaken mogelijk via dezelfde route zouden willen afhandelen.
Volgens Anderson ligt hier een unieke kans: Suriname kan zijn juridische traditie behouden én tegelijk een regionaal voorbeeld stellen. “Dit is niet alleen een juridische keuze”, stelt hij, “maar een strategische positie voor de toekomst van Suriname in de Caribische gemeenschap”.