PARAMARIBO – Suriname heeft de potentie om uit te groeien tot de ‘broodmand van het Caribisch gebied’, maar blijft voorlopig sterk afhankelijk van import.

Dat stelt Anton Edmunds van de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB), die pleit voor intensievere regionale samenwerking binnen het zogeheten ‘One Caribbean’-initiatief.
Volgens Edmunds is voedselzekerheid één van de vier centrale pijlers binnen deze regionale aanpak, naast klimaatbestendigheid, veiligheid en private sectorontwikkeling. “We zijn nog steeds te afhankelijk van import, terwijl Suriname juist de capaciteit heeft om een sleutelrol te spelen in voedselproductie. Suriname kan voedselhub van de regio worden, maar staat nog achter”, zegt hij. Het initiatief, gedragen door Caribische lidstaten van de IDB, richt zich op gezamenlijke oplossingen voor gedeelde problemen. Voor Suriname betekent dit onder meer investeren in landbouw en het verminderen van kwetsbaarheid voor externe schokken, zoals stijgende brandstofprijzen die voedselimport duurder maken.
Naast voedselzekerheid is ook klimaatadaptatie een belangrijk aandachtspunt. Edmunds wijst op de dubbele uitdaging waar landen in de regio mee kampen: enerzijds overstromingen, anderzijds droogte. “Twee kanten van dezelfde medaille: te veel en te weinig water”, stelt hij. Voor Suriname ligt de focus vooral op het aanpakken van overstromingsrisico’s en het verbeteren van infrastructuur. Een ander groeiend probleem is veiligheid, waaronder gendergerelateerd geweld. Volgens Edmunds vraagt deze ontwikkeling om gerichte beleidsmaatregelen en regionale samenwerking. “We zien een toename in geweld. Dat moeten we gezamenlijk aanpakken”, aldus de IDB-functionaris.
Binnen dit bredere kader speelt ook de zogeheten Project Preparation and Coordination Mechanism (PPCM) een sleutelrol. Dit instrument moet overheden en bedrijven helpen om projecten zodanig te ontwikkelen dat ze financierbaar worden. Tijdens een recente roadshow in Suriname bleek de interesse groot. “Misschien zelfs te groot”, merkt Edmunds op, verwijzend naar de hoge opkomst en het aantal ingediende projectideeën. De uitdaging ligt nu in het aanpassen van dit model aan de Surinaamse context en het begeleiden van projecten richting bankfinanciering. Daarbij richt de IDB zich niet alleen op de overheid, maar ook op staatsbedrijven en de private sector.
Edmunds, die verantwoordelijk is voor zes landen in de regio, benadrukt dat de tijd van geïsoleerd beleid voorbij is. “We moeten dichter bij elkaar werken. Integratie is geen keuze meer, maar een noodzaak”, stelt hij. Volgens hem biedt samenwerking de mogelijkheid om kennis, ervaringen en best practices te delen. Voor Suriname ligt daarin een kans om sneller stappen te zetten, mits het land bereid is om actief deel te nemen aan regionale oplossingen.