PARAMARIBO – Het Universiteitsinstituut voor Kinderrechten krijgt nadrukkelijke steun van het bestuur van de Anton de Kom Universiteit van Suriname (AdeKUS). Tijdens een recent kennismakingsgesprek

tussen beide partijen werd niet alleen teruggekeken op reeds uitgevoerde projecten, maar ook vooruitgeblikt op nieuwe samenwerkingsmogelijkheden waarbij wetenschappelijk onderzoek, bewustwording en jongerenparticipatie centraal staan. Het overleg vond plaats op uitnodiging van het universiteitsbestuur en bracht een delegatie van het instituut samen met studenten van de Faculteit der Juridische Wetenschappen (FJW), die de afgelopen periode actief hebben meegewerkt aan verschillende projecten rond kinderrechten. Namens het instituut namen onder anderen voorzitter Maya Manohar, secretaris Astrid Kalloe en bestuurslid Sabine De Vries deel aan het gesprek. Tijdens de bijeenkomst werd uitgebreid stilgestaan bij de ontwikkeling van het instituut en de koers die het de komende jaren wil varen.
Volgens het instituut rust de missie op twee belangrijke pijlers: het stimuleren van wetenschappelijk onderzoek naar kinderrechten en het vergroten van de maatschappelijke bewustwording rond deze rechten. Daarbij wil het instituut zich niet beperken tot academische discussies, maar juist de vertaalslag maken naar de samenleving.
Uit het gesprek bleek dat de rol van studenten daarbij steeds belangrijker wordt. Studenten van de juridische faculteit zijn de afgelopen periode betrokken geweest bij verschillende activiteiten en projecten van het instituut. Voor hen vormt die betrokkenheid meer dan alleen een leerproces binnen de collegebanken.
Coördinator Secrcheenio Moeljakarta deelde namens de studenten ervaringen en inzichten uit de praktijk. Daarbij werd benadrukt dat deelname aan projecten hun de mogelijkheid biedt essentiële vaardigheden te ontwikkelen die zij als toekomstige juristen nodig zullen hebben. Tegelijkertijd ervaren zij hun inzet als een bijdrage aan een bredere maatschappelijke opdracht.
De impact van de activiteiten blijkt volgens het instituut inmiddels ook buiten de universitaire omgeving zichtbaar te worden. Vanuit scholen, ouders en verschillende gemeenschappen zouden steeds vaker positieve reacties en verzoeken binnenkomen. De toenemende belangstelling wijst erop dat de projecten niet alleen jongeren bereiken, maar ook discussies op gang brengen over kinderrechten binnen bredere lagen van de samenleving.
Aan het einde van het overleg sprak universiteitsvoorzitter Virginia Asin-Oostburg waardering uit voor het werk van het instituut en de inzet van de studenten. Daarbij werd speciaal gewezen op het belang van vrijwilligerswerk en het zogenoemde peer-to-peer-model, waarbij jongeren kennis rechtstreeks overdragen aan andere jongeren.
Het universiteitsbestuur liet daarbij duidelijk blijken dat toekomstige initiatieven van het instituut op verdere ondersteuning kunnen rekenen. Daarmee lijkt het Universiteitsinstituut voor Kinderrechten niet alleen academische erkenning te krijgen, maar ook institutioneel draagvlak voor verdere groei.