PARAMARIBO – De verkeersveiligheidsmaand die van 15 augustus tot en met 15 september liep, is gisteren officieel afgesloten in het Lalla Rookhgebouw.

De maand werd afgesloten met 11 verkeersdoden, ongeveer het dubbele van vorig jaar. Tijdens de bijeenkomst werd opnieuw benadrukt dat verkeersveiligheid een gezamenlijke verantwoordelijkheid is van de overheid en de samenleving. Volgens minister Harish Monorath van Justitie en Veiligheid staat Suriname voor het jaar 2026 al op 74 verkeersdoden. Het gaat om 65 mannen en 9 vrouwen. Volgens de minister betreft het merendeel van de slachtoffers mannen onder de 40 jaar. Monorath benadrukt dat het ministerie naast repressieve maatregelen ook sterk inzet op preventie. De afgelopen periode is volgens hem meer aandacht besteed aan handhaving, zichtbaarheid van de politie en optreden tegen verkeersovertredingen. Ook zijn de verkeersboetes verhoogd. Daarnaast ligt er volgens de minister een voorstel van het Verkeersveiligheidsinstituut (VVI) om de boetes verder met 150 procent te verhogen. Zo zou het vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden volgens het voorstel kunnen leiden tot een boete van SRD 5000, tegenover SRD 2000 nu. De minister benadrukt dat het verhogen van boetes en strengere handhaving niet bedoeld zijn om burgers te straffen, maar om het verkeersgedrag te veranderen en de veiligheid op de weg te vergroten. Suriname heeft zich volgens Monorath gecommitteerd om samen met de samenleving toe te werken naar een vermindering van het aantal verkeersongevallen met minimaal 50 procent richting 2030. Hij benadrukt dat dit alleen kan worden bereikt als burgers, politie en andere betrokken instanties hun verantwoordelijkheid nemen.
Volgens de minister blijkt tijdens verkeerscontroles regelmatig dat bestuurders onder invloed van alcohol deelnemen aan het verkeer. Ook krijgen politieambtenaren volgens hem tijdens controles regelmatig te maken met agressief en beledigend gedrag van weggebruikers. “Veiligheid is een gezamenlijke verantwoordelijkheid”, aldus Monorath. “De verkeersveiligheid gaat niet alleen de politie aan, maar ook andere onderdelen van de veiligheidsketen en vooral de burger zelf.” Hij roept de samenleving daarom op niet alleen te kijken naar wat de politie of de minister doet, maar ook naar het eigen gedrag in het verkeer.
Tijdens de afsluiting hebben 130 crècheleidsters een certificaat ontvangen voor het succesvol volgen van de training Verkeerseducatie. Het VVI wil hiermee al op jonge leeftijd beginnen met het vergroten van verkeersbewustzijn. Onderdirecteur van het VVI, Purcy Landveld, benadrukt dat crècheleidsters een belangrijke rol spelen bij het leggen van de basis voor verkeersveilig gedrag. Volgens hem is bewustwording op jonge leeftijd belangrijk, omdat kinderen het geleerde vervolgens meenemen naar huis en hun omgeving. “Jong geleerd is oud gedaan”, is volgens Landveld het uitgangspunt van het verkeerseducatieprogramma. Het VVI is daarom niet van plan de verkeerseducatie alleen bij de crèches te houden. Vanaf oktober wordt het programma ook uitgebreid naar alle GLO-scholen. Daarover zijn volgens Landveld duidelijke afspraken gemaakt met het Ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur. Waar verkeerseducatie vroeger voornamelijk in de vijfde klas werd gegeven, heeft het VVI inmiddels een curriculum ontwikkeld waarmee verkeerscommunicatie in alle leerjaren aan bod moet komen. Landveld stelt dat de focus niet alleen moet liggen op het aantal verkeersdoden, maar vooral op het veranderen van het gedrag van weggebruikers. Volgens hem zijn er jaarlijks duizenden verkeersongevallen en wordt dagelijks veel menselijk leed veroorzaakt. De certificaatuitreiking aan de crècheleidsters moet volgens Monorath bijdragen aan die bewustwording. Hij roept de gediplomeerden op om de kennis die zij tijdens de training hebben opgedaan verder uit te dragen aan kinderen, ouders en hun omgeving. Daarmee wil het ministerie samen met het VVI de bewustwording over verkeersveiligheid verder vergroten.