PARAMARIBO – De vrees voor vogelgriep in Suriname is werkelijkheid geworden. Minister Mike Noersalim van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) heeft bevestigd dat de eerste testen bij het Bureau voor Openbare Gezondheidszorg (BOG) positief zijn uitgevallen voor vogelgriep.

Daarmee is sprake van een ernstige ontwikkeling voor de pluimveesector, terwijl nog wordt onderzocht om welke variant het gaat en of sprake is van een laag- of hoogpathogene vorm.
De aanleiding voor het onderzoek was een uitzonderlijk hoge sterfte op een pluimveebedrijf met ongeveer 6000 kippen. Volgens Noersalim is in de afgelopen week meer dan de helft van de dieren gestorven. De sterfte lag volgens de minister ver boven de normale uitval en vertoonde bovendien een stijgende trend. Hij sprak over een niveau dat mogelijk rond de 80 procent lag, maar benadrukte dat de situatie verder technisch wordt onderzocht.
Het betrokken bedrijf bevindt zich volgens de minister in Wanica. De autoriteiten zijn inmiddels begonnen met het in kaart brengen van de mogelijke verspreidingsroute. Daarbij is extra urgentie ontstaan omdat kippen van het betrokken bedrijf in de afgelopen dagen zijn vervoerd naar een boerderij in Commewijne.
LVV kan daardoor niet volstaan met maatregelen op één bedrijf. Er wordt getraceerd waar de dieren vandaan kwamen, waar zij naartoe zijn gebracht en welke contacten mogelijk relevant zijn voor het onderzoek. Het doel is om eventuele besmettingen zo snel mogelijk op te sporen en verdere verspreiding te beperken. Een multidisciplinair team is daarvoor actief. Naast LVV en het BOG zijn ook het ministerie van Volksgezondheid, het Nationaal Coördinatiecentrum voor Rampenbeheersing (NCCR) en lokale partners betrokken.
De minister benadrukt dat de autoriteiten al langer rekening hielden met de mogelijkheid dat vogelgriep Suriname zou bereiken. Volgens hem zijn de afgelopen maanden maatregelen genomen om het risico zo klein mogelijk te houden. De recente vaststelling betekent echter dat die preventieve inspanningen een besmetting niet volledig hebben kunnen voorkomen.
Vooralsnog is volgens de minister voorzichtigheid geboden bij het trekken van conclusies over de omvang van de uitbraak. Niet iedere sterfte onder kippen hoeft immers door vogelgriep te zijn veroorzaakt. Vooral de hoge temperaturen kunnen volgens LVV eveneens leiden tot verhoogde uitval. Juist daarom wordt het laboratoriumonderzoek voortgezet.
De technische diensten moeten nu bepalen welke vervolgstappen noodzakelijk zijn. Daarbij staat niet alleen het betrokken bedrijf centraal, maar ook mogelijke contactbedrijven en locaties waar dieren naartoe zijn gebracht. LVV heeft pluimveehouders eerder opgeroepen verhoogde sterfte onmiddellijk te melden. Het ministerie heeft daarvoor contactpersonen in verschillende districten aangewezen. Ook wordt ondersteuning geboden bij het opsporen van zieke dieren en het aanscherpen van bioveiligheidsmaatregelen.