
PARAMARIBO/WANICA - In 2025 zijn in Suriname, volgens cijfers van het Verkeersveiligheidsinstituut (VVI), 61 mensen om het leven gekomen bij verkeersongevallen.

Hoewel dit aantal lager ligt dan in 2024, toen 78 verkeersdoden werden geregistreerd, valt vooral op dat het district Wanica dit jaar de meeste slachtoffers telt. Met 20 verkeersdoden voert Wanica de lijst aan, gevolgd door Paramaribo met 12 slachtoffers.
Onderdirecteur van het VVI, Purcy Landveld, wijst erop dat hiermee een duidelijke verschuiving zichtbaar is in de geografische spreiding van verkeersongevallen met dodelijke afloop. In 2024 was Paramaribo nog het district met de meeste verkeersdoden (28), terwijl Wanica toen op de tweede plaats stond met 22 slachtoffers.
De slachtoffers in 2025 bestonden uit uiteenlopende groepen weggebruikers. Het ging onder meer om 12 autobestuurders, 1 busbestuurder, 3 truckbestuurders, 6 mede-inzittenden, 13 voetgangers, 1 fietser, 4 motorrijders, 1 ATV-bestuurder, 1 tractorbestuurder en 19 bromfietsers. Vooral bromfietsers blijven al jaren een van de meest kwetsbare categorieën in het verkeer.
Uit de leeftijdsverdeling blijkt dat met name jongvolwassenen een verhoogd risico lopen. In de leeftijdsgroep van 11 tot 20 jaar vielen 8 dodelijke slachtoffers. De meeste verkeersdoden kwamen voor in de categorieën van 21 tot 30 jaar (16 slachtoffers) en 31 tot 40 jaar (15 slachtoffers). Daarmee ligt het zwaartepunt duidelijk bij weggebruikers tussen de 21 en 40 jaar.
Naast de verkeersdoden meldden zich in 2025 maar liefst 3.491 verkeersslachtoffers bij de Spoedeisende Hulp (SEH) van het Academisch Ziekenhuis Paramaribo (AZP). Dat komt neer op gemiddeld 8 tot 9 slachtoffers per dag. Dit legt een zware en voortdurende belasting op de SEH, met langere wachttijden voor andere patiënten en hogere druk op personeel en middelen. Ook medische apparatuur en voorraden worden intensief gebruikt, wat leidt tot stijgende kosten en tekorten. Volgens Landveld betekent dit dat veel capaciteit en budget naar verkeersslachtoffers gaan, waardoor andere zorg en preventie in het gedrang komen.
Van de 61 verkeersdoden vielen er 39 in de eerste helft van het jaar (januari-juni). Volgens Landveld onderstreepte dit de noodzaak van een krachtigere aanpak. In de tweede helft van het jaar kondigde de minister daarom strengere verkeersmaatregelen af. Deze omvatten intensievere politiecontroles, extra toezicht op snelheid en alcoholgebruik en gerichte voorlichtingscampagnes in districten met hoge slachtoffercijfers. De maatregelen bleken effectief: in de tweede helft van het jaar werden slechts 8 verkeersdoden geregistreerd. Dat is een opmerkelijke daling, zeker gezien het feit dat juist in de vakantie- en feestmaanden traditioneel veel slachtoffers vallen.
Landveld benadrukt dat blijvende strenge handhaving noodzakelijk is. Daarnaast pleit het instituut voor gerichte educatie van jonge bestuurders en bromfietsers, betere infrastructuur voor voetgangers en tweewielers en continue monitoring van verkeersdata. Alleen zo kan de dalende trend worden vastgehouden en kan Suriname toewerken naar een veiliger verkeer.

