NEDERLAND - Terwijl Nederland probeert zoet water vast te houden, stroomt het via de Rotterdamse haven juist massaal naar zee.

Om dat tegen te gaan, zou de toegang tot de haven ondieper kunnen worden gemaakt of zelfs helemaal kunnen worden afgedamd, met grote gevolgen voor de scheepvaart. De Deltawerken zijn gebouwd om Nederland te beschermen tegen hoogwater, maar ze hebben inmiddels nog een andere functie. De vele sluizen en dammen in onze kustlijn houden namelijk het zoute zeewater tegen. Zo voorkomen ze verzilting in het binnenland.
Maar in die kustverdediging zit een gapend gat: de Nieuwe Waterweg, die toegang biedt tot de Rotterdamse haven. Die is in de voorbije decennia steeds dieper gemaakt om de doorvaart van steeds grotere schepen mogelijk te maken. Door het inmiddels 16 meter diepe kanaal kruipt echter ook een flinke 'zoutwatertong' het land in, die onze zoetwatervoorraad bedreigt. Om de verzilting tegen te houden, moet er ontzettend veel zoet water door de Nieuwe Waterweg worden gespoeld: honderdduizenden liters per seconde. "We moeten eigenlijk doorlopend dweilen met de kraan open", stelt hoogleraar Maarten Kleinhans van de Universiteit Utrecht. Als er veel water door de Rijn stroomt, is dat geen probleem. Maar bij droogte, zoals deze zomer, gebruiken we meer dan de helft van al het Rijnwater dat ons land binnenkomt om de Nieuwe Waterweg te doorspoelen. En toch dreigen we de strijd tegen verzilting te verliezen: het zout dringt steeds dieper het land in. Waterbeheerders nemen daarom al tal van bijzondere noodmaatregelen, bijvoorbeeld om het water in het Brielse Meer zoet te houden. Onder meer de industrie en tuinders in het Westland zijn afhankelijk van water uit deze 'regenton'. Door het watertekort mogen tuinders hun kassen al niet meer beregenen. (Nu)